| objectnummer | 611-67 |
| objectnaam | hoed |
| datering | 19e eeuw |
| materiaal | zijde; jade; nephriet; |
| afmetingen | H 15 cm ; B 23,5 cm ; Dp 23,5 cm |
| verwerving | 1887 CHINA schenking |
| geografische herkomst | China |
| culturele herkomst | Chinees |
Mandarijnenhoed met een scharlakenrode hoedenknop en een zwarte reigerveer voor een mandarijn van de eerste rang. Hoeden van dit type werden vooral in de winter gedragen.
In het confucianistische China vormden de ambtenaren een aparte elite. Binnen de ambtenarij was een strikte hiėrarchie, ingedeeld in negen rangen. De rang van een ambtenaar was af te leiden uit zijn kleding: uit de kleur van de knop op zijn hoed, het met vogels geborduurde vierkante embleem op zijn overjas en uit zijn ambtsketting. De hoedenknop voor ambtenaren van de eerste rang was een robijn, voor de tweede rang een koraal, voor de derde rang een saffier, enzovoort.
Het woord mandarijn is de Europese benaming voor deze ambtenaren. Het komt van het Portugese woord mandar, bevelen. De Chinese term is guan.