| objectnummer | 666-137 |
| objectnaam | muziekinstrument |
| datering | 19e eeuw |
| materiaal | hout ; zijde ; been |
| afmetingen | L 149.5 cm ; B 18 cm ; D 11.5 cm |
| verwerving | 1888 JAPAN aankoop |
| geografische herkomst | Korea |
| culturele herkomst | Koreaans |
Een zessnarige liggende citer, de kòmun'go. De Koreaanse muziek valt ruwweg uiteen in muziek voor de elite, chòng-ak, en volkskunst, sog-ak. Snaarinstrumenten worden alleen gebruikt bij de chòng-ak, die in theaters door beroepsmusici wordt uitgevoerd. Van oudsher waren dat meestal mannen. Tegenwoordig worden ze bespeeld door mannen en vrouwen.
De kòmun'go-speler zit op de grond met het uiteinde van het instrument op zijn knieën. Hij bespeelt de kòmun'go met een staafvormig, houten plectrum. De kòmun'go wordt als solo-instrument bespeeld, als begeleidingsinstrument of in een orkest.