Bakvorm voor sagokoeken


objectnummer929-296
objectnaambakvorm
dateringvoor 1888
materiaalklei
afmetingen12 cmOverige: 26 cm (10 1/4in.)
verwerving 1893 OCEAN aankoop
geografische herkomst Irian Jaya
culturele herkomst Geelvinkbaai







Deze bakvorm is van gebakken aarde gemaakt. Hij is verdeeld in twaalf vakken waarin sagokoeken van verschillende grootte gebakken kunnen worden. In het Geelvinkbaai-gebied zijn ook min of meer vierkante exemplaren met platte bodems verzameld. De bakvormen wijken af van de aardewerkvormen die van Nieuw-Guinea bekend zijn. Waarschijnlijk is het idee van een bakvorm met vakken uit de Centraal-Molukken overgenomen, maar de uitvoering is anders. De bakvormen uit de Centraal-Molukken zijn langwerpig, hebben een platte bodem en de vakken zijn in een rij achter elkaar geplaatst.

Sago, een zetmeelproduct, wordt uit het merg van de sagopalm gewonnen door er langdurig op te kloppen. Nadat de palm is geveld en de bast is verwijderd, wordt het merg met behulp van kloppers eruit los gemaakt. Vervolgens wordt het met water gespoeld en gekneed waarna het via een zeef en een afvoerstellage bezinkt in een trog. Vervolgens kan van deze substantie, door ze te mengen met heet water, een sagobrij gemaakt worden. Ook kunnen er koeken van worden gebakken die enige tijd houdbaar zijn.

De bakvorm wordt eerst verwarmd en daarna wordt de sagobrij in de vakken gedaan. Dan wordt de vorm afgedekt tot alles is afgekoeld. De nog zachte sagokoeken worden eruit gehaald en enkele dagen in de zon te drogen gelegd. De sagokoeken zijn lang houdbaar. Zo kunnen ze bijvoorbeeld tijdens langere prauwtochten als rantsoen worden meegenomen. Daarom hebben de koeken een rol gespeeld in de ontwikkeling van het prauwverkeer.

De verzamelaar, F.S.A. de Clercq, trof in 1887 en 1888 de sagobakvormen zowel aan de Wandamenkust (westelijke Geelvinkbaai) als aan de zuidkust van het eiland Japen aan.