| objectnummer | B79-2 |
| objectnaam | beeld |
| datering | 18e eeuw |
| materiaal | brons ; cire perdue |
| afmetingen | 12 x 4 x 7 cm |
| geografische herkomst | Zuid-Azië:regionaal |
| culturele herkomst | Nayak |
De god Krishna is de populairste incarnatie, gedaante, van de hindoeïstische god Vishnu, de instandhouder van het universum. Krishna wordt vaak afgebeeld als jongeling die kattenkwaad uithaalt of heldhaftige daden verricht. In de bhakti ('devotie') stroming van het hindoeïsme wordt Krishna vereerd met innige liefde en volledige overgave, als zoon, minnaar en toevluchtsoord, in één wezen gecombineerd.
Dit beeld van een dansende figuur stelt de jonge Krishna voor. De sieraden die hij draagt, zijn kenmerkend voor jonge prinsen, maar zijn kapsel hoort bij ascetische figuren. Krishna is te herkennen aan het voorwerp dat hij in zijn rechterhand houdt, een boterbal.
Een van de kwajongensstreken die de jonge Krishna uithaalde, was het stelen van de vers gekarnde boter. Daarna voerde hij volgens het verhaal een vreugdedans uit.