printen     versturen    

Marrons of Bosnegers in Suriname

Rond 1750 waren 10% van de Surinaamse slaven gevlucht. De meeste weggelopen slaven waren mannen, die net waren aangekomen uit Afrika. De gevluchte slaven zochten elkaar in het oerwoud op en vormden eigen gemeenschappen. De slaven werden daarom vanaf die tijd ook wel bosnegers genoemd. De term marron, zoals de bosnegers ook wel genoemd worden, stamt van het Spaanse cimarron, dat weggelopen vee betekent.

Overleven ging moeizaam en om het tekort aan voedsel en ammunitie aan te vullen, vielen de marrons veelvuldig de plantages binnen. De marrons vormden voor de planters een groot probleem. De koloniale overheid stelde daarom militaire expedities in om de marrondorpen uit te roeien. Veel Europese soldaten legden tijdens deze expedities door allerlei tropische ziektes het loodje. In 1772 probeerde de koloniale overheid een nieuw wapen tegen de gevluchte opstandelingen, het Korps Zwarte Jagers. Deze slavensoldaten waren in ruil voor hun vrijheid bereid tegen de marrons te vechten. In de volksmond werden ze ook wel Redi Moesoe, rode mutsen, genoemd.
In het midden van de 18de eeuw moesten de kolonisten toegeven dat de strijd tegen de weggelopen slaven geen succes was. In 1760 sloten de kolonisten vrede met de weggelopen slaven en werden de marrons vrij verklaard.

De marrons vormden zes grote groepen met een eigen naam en identiteit; de bekendsten zijn de Ndjuka of Aukaners en de Saramakaners. Elke groep ontwikkelde een eigen cultuur met Afrikaanse, Europese, maar ook inheemse kenmerken.

   
Bosneger-bankje (RMV 2777-52   Ghanese zetel (RMV 360-1685)

Het bankje links is gemaakt door een marron, een bosneger. Deze Surinamers zijn nakomelingen van Afrikaanse slaven, die van de plantages naar het oerwoud waren gevlucht. De marroncultuur heeft veel Afrikaanse aspecten, die terug te vinden zijn in de taal, voorwerpen, maar ook in de muziek. Het is niet toevallig dat de Ghanese zetel rechts veel gelijkenis vertoont met de zetels van de bosnegers in Suriname. De bosnegers zijn immers nazaten van gevluchte slaven uit onder andere Ghana. Verstopt in het oerwoud van Suriname hebben zij allerlei Afrikaanse tradities voortgezet.