De begrafenis: Nyu yana
In het Falaisegebied wordt de overledene zo spoedig mogelijk in een grot bijgezet. Na de begrafenis (Nyu yana) worden de verwanten gecondoleerd. Ook wordt er gedanst en zijn er schijngevechten waarbij geweren worden afgevuurd.
"Zodra iemand gestorven is, wordt het lichaam gewassen met vers geput water. Het hoofdhaar wordt geschoren. De dode wordt gewikkeld in een katoenen kleed, de voeten blijven bloot. Op een draagbaar van takken wordt het lijk op de steen van de dapperen gelegd. De overlevenden danken de dode: Dank, voor de gierst / dank, voor het wild / dank, voor gisteren / dank, voor de goede daden. Daarna wordt de dode in de grafgrot begraven, maar zijn vrienden rennen terug naar het huis, dringen het binnen, geweren worden afgeschoten, schijngevechten worden geleverd en ondertussen zingen de vrouwen klaagzangen en zwaaien met lege kalebassen, leeg, want de dode zal nooit meer drinken. Dagenlang gaat dit zo door."
(uit: Cees Nooteboom: Mali, een keizerrijk en republiek. Avenue 6, 1971)
De 'tweede begrafenis': Dama
Het maskerfeest (Dama) is het definitieve afscheid van de dode. Dit vindt meestal pas na enkele jaren plaats als er genoeg voedsel en bier is voor de honderden gasten. De gemaskerde dansers die dan optreden, verbeelden vaak wezens uit de wildernis. Zij komen naar het dorp om nieuwe kracht en vruchtbaarheid te brengen.
De maskers bestaan uit een houten hoofdmasker en een kostuum van fel gekleurde vezels. Elke man kan zijn eigen masker maken en er is dus een grote variëteit. Er worden steeds nieuwe soorten maskers geïntroduceerd en oude raken in onbruik. Tegenwoordig is er, als gevolg van het toerisme, een voorkeur voor spectaculaire maskers zoals de steltmaskers en treden alleen nog traditionele maskers op.
|
|
Maskerdansers in Sanga. Foto R. Bedaux 1976 |
De maskerdansen worden georganiseerd door het geheime maskergenootschap; het is een zaak van mannen. Vrouwen kijken van een afstand toe en worden niet geacht te weten dat onder de maskers mannen van het dorp schuilgaan. De enige vrouw die meedoet, is de yasigine die afgebeeld wordt op het satimbe-masker. Zij voorziet de maskerdansers van voedsel.
|
|
Kanaga-masker (RMV 3247-1). Foto B. Grishaaver |
Sigi
De Sigi, een cyclus van rituelen die met de voortplanting en de dood te maken heeft, vindt eens in de zestig jaar plaats. De mannen dansen in een lange rij strikt op volgorde van leeftijd. Helemaal achteraan komen de peuters die net kunnen lopen. Zij voeren een soort wedergeboorte op. De deelnemers, gekleed in speciale kostuums, zitten op hun kruk en drinken het Sigi-bier. Ook worden er maskerdansen opgevoerd. Een aantal jongeren wordt tijdens de Sigi ingewijd in de Dogon tradities en leert de rituele teksten in de speciale taal die tijdens de Sigi wordt gesproken. Zij zijn verantwoordelijk voor het overdragen van hun kennis naar de volgende Sigi.
De Sigi gaat van dorp tot dorp. De hele cyclus duurt vijf jaar. De laatste is in 1972 afgesloten.