De bewoners van het uiterste noorden van Amerika en het Noordpoolgebied die wij Eskimo's noemen, noemen zichzelf Inuit. Inuit (spreek uit: iennoewiet, enkelvoud: Inuk) betekent letterlijk 'mensen'. De naam 'Eskimo' is eigenlijk een scheldnaam. Dat woord komt uit de taal van naburige Indianenvolken en betekent rauw-vleeseters. Daarom gebruiken we tegenwoordig liever de naam 'Inuit'.
We weten dat de voorouders van de Inuit tijdens de laatste IJstijd, zo'n 12.000 jaar geleden uit Siberië Amerika zijn binnengetrokken. Waar nu de Beringstraat is, een zeestraat tussen de twee werelddelen, was toen een landbrug. Dat kwam doordat de zeespiegel ten gevolge van de IJstijd lager was dan nu. Van de mensen die toen overstaken, stammen alle inheemse Amerikaanse volken af: de verschillende Indianenvolken, en dus ook de Inuit.
Als apart volk met een eigen taal, cultuur en levenswijze tekenen de Inuit zich af rond 2500 v.Chr. Vanuit Alaska verspreidde deze Inuit-cultuur zich naar het oosten: naar Canada en Groenland. Alles wat we weten over deze eerste Inuit, komt uit archeologische bronnen: werktuigen, botten en resten van huizen die bij opgravingen zijn gevonden. Vóór de komst van de Europeanen kenden de Inuit geen schrift.
Wil je meer weten over de Inuit? Je vindt allerlei informatie over gebruiksvoorwerpen van de Inuit, als je in de website www.museumkennis.nl zoekt met de zoekterm "Inuit".
Namens het Rijksmuseum voor Volkenkunde