B76-37


objectnummerB76-37
objectnaamlamp
datering20ste eeuw
materiaalbrons, cire perdue
afmetingen13 x 4 x 6 cm
geografische herkomst India
culturele herkomst Indiaas






Een lampje bestaande uit een staand vrouwelijk figuur op een klokvormig voetstuk met in de handen een bladvormig reservoir. De vrouwelijke figuur draagt een sari en heeft het haar opgestoken. Ze draagt verder nog ronde oorbellen, enkelbanden en heeft op de linker bovenarm een gestileerde sukha (papegaai).
Dit type lampje komt met name in Zuid-India voor en worden deepa-lakshmi's genoemd. Lakshmi is de naam van de godin van de schoonheid en voorspoed. De vrouwelijke figuur wordt met de godin geassocieerd waardoor de lampjes ook de naam 'beauty lamps' of schoon-heidslampjes dragen. Een andere naam is kamakshi of amman.
De vrouwelijke figuur wordt ook als een apsara of surasundari (hemelse nimf) benoemd. Zij is in de klederdracht van het gebied van herkomst gehuld. Een sari of een rok is kenmerkend voor Zuid-India, een kort hesje en een wijde rok voor Gujarat en een sari of een korte rok die strak tussen de benen is getrokken voor de Deccan.
Opvallend is dat de figuur vaak een of twee gestileerde papegaaien op de schouder of op de bovenarm heeft. De godin Lakshmi wordt naar alle waarschijnlijkheid niet met papegaaien geassocieerd, echter wel apsaras. Apsaras kunnen in deze context als een tussenpersoon tussen de mensen en de goden fungeren. Zij brengen het vuur, oftewel de brandende devotie van de gelovigen, naar de goden. Dit sluit ook aan bij de functie van de deepa-lakshmi. De lampen zijn deva-dana's (votiefgiften) van toegewijde hindoes aan de tempel. Zij worden in de niches geplaatst. De gift van een lamp aan de tempel schijnt de beste gift te zijn. Een deva-dana bestond niet alleen uit een lampje maar vaak ook uit een donatie van ghee, geld of vee. De lamp kon op verzoek voor een bepaalde periode of zelfs voor eeuwig worden gebrand. In het laatste geval was het gewenst om een veestapel, een stuk grond en een herder te doneren. Dus waarschijnlijk stellen de lampen apsaras voor. Ook wordt er vermeld dat de apsaras de mannelijke of vrouwelijke donoren symboliseren. Zeldzaam is dat een mannelijk figuur tot lamp is verwerkt.
De vrouwelijke figuren worden vaak ook als element in een andere lamp verwerkt. Deze lampen worden ook tot votiefgiften gerekend. De figuren maken deel uit van een hanglamp, van een gaja-lakshmi lamp, van een staande lamp, of de vrouwelijke figuur staat in plaats van op een voetstuk, op Nandi, een schildpad of een olifant. Soms is een mannelijke figuur of Hanuman als een lakshmi-deepa weergegeven.
De vorm van de deepa-lakshmi is typisch voor Zuid-India. De lamp wordt in de oude Tamil literatuur (2de eeuw na Chr.) beschreven. In Noord-India kwam de lamp oorspronkelijk niet voor, behalve in Bengalen en Gujarat.