Groenlanders zijn doorgewinterde jagers. Omdat het in de poolgebieden te koud is om gewassen te verbouwen en het eten in de winkels erg duur is, is het vlees van lokale dieren nog steeds een belangrijke voedselbron. Ook zijn de huiden van de dieren onmisbaar.
De winterjacht
In de winter trekken Groenlandse jagers op ski's, met hondensleden, en tegenwoordig ook met sneeuwscooters, over het ijs op zoek naar hun prooi. Om niet sneeuwblind te worden draagt men zonnebrillen, vroeger houten sneeuwbrillen.
|
|
| Sneeuwbril | Slee |
Een tocht over het ijs is niet zonder gevaar. Met een ijsbeitel aan een lange stok controleert men het ijs op betrouwbaarheid.
|
|
| IJsbeitel | IJsbeitel aan bezemsteel |
Wachten bij een wak
In de winter proberen jagers zeehonden te vangen die onder het ijs zwemmen. Omdat zeehonden boven het ijs moeten ademhalen, maakt de jager een gat in het ijs en wacht dan doodstil totdat een zeehond het waagt om boven te komen om adem te halen. Op het juiste moment stoot hij zijn harpoen toe. Met een lijn verbonden aan de harpoenpunt kan het gevangen dier uit het ademgat onder het ijs vandaan getrokken worden.
In het vroege voorjaar jaagt men op zeehonden die op het ijs liggen te zonnen. Een jager nadert het dier zo stil mogelijk, kruipend over het ijs, met zijn geweer achter een camouflage-scherm dat vastgemaakt is op een schiet-slede. Een jager moet daarna snel bij de zeehond te zijn, om te voorkomen dat deze door het ademgat ontsnapt. Het dier zit nu niet vast aan een lijn, zoals bij de jacht met een harpoen.
Groenlanders jagen op volwassen zeehonden (vooral ringelrobben) die niet met uitsterven bedreigd worden. Voor bedreigde Arctische diersoorten heeft de Groenlandse regering jacht-quota ingesteld. Het duurzaam beheer van de natuur heeft hoge prioriteit en Groenland kreeg in 1996 van de Nordic Council een prijs voor verantwoord natuurbeheer.
Zomerjacht
In de zomer jaagt men over het water. Vroeger in kajaks, tegenwoordig in motorboten. Bij de jacht op narwallen (een walvissoort, waar vooral in Noord-Groenland op gejaagd wordt) gebruikt men nog wel traditionele kajaks en harpoenen.
|
De hier afgebeelde harpoenpunt is nog van vóór 1850. De punt is gemaakt van been en heeft dubbele weerhaken. |
De traditionele jachtkajak is een lange, smalle en wendbare jachtboot. Het houten geraamte kan worden bespannen met ongeveer zes grote zeehondenhuiden. De naden worden door de vrouwen genaaid met waterdichte steken. Zeehondenolie zorgt dat de boot waterdicht blijft. De jager zit in het mangat.
De complete jachtuitrusting lag klaar op het dek van de kajak. Het belangrijkste wapen was de harpoen. Dit wapen werd via een lijn verbonden met een met lucht gevulde vangblaas, gemaakt van een complete zeehondenhuid. De harpoen zorgt dat een gevangen zeehond of narwal niet kan ontsnappen, en dat een gedood dier kan niet zinken.
|
| Kajak |
|
|
| Harpoenpunt met lijn | Anorak van darmvellen |
Tijdens de kajakjacht draagt de jager een speciale kajak-anorak. Vroeger was dit tenue van waterdicht zeehondenleer of darmhuid, tegenwoordig van waterdicht termo-textiel, dat naadloos om de ring rond het mangat kan worden aangesnoerd. Zo vormt de jager één geheel met zijn kajak en schept de boot geen water wanneer hij kapseist.
Voor zeezoogdierjacht moet je goed op de hoogte zijn van zowel het gedrag van de dieren als van de Arctische leefomgeving en het klimaat. Dit geldt ook voor de Groenlandse jagers die vanuit motorboten jagen. Nog steeds vormen zeehondenvlees en vis belangrijke onderdelen van de Groenlandse voedselvoorziening.