printen     versturen    

De aarde is opgebouwd uit sferen

Magnetosfeer

De kern van de aarde is een magneet. Het magnetische veld van deze kern beschermt de aarde tegen de zonnewind. Dit zijn geladen deeltjes die met grote snelheid de zon verlaten. Ze worden door het magnetische veld van de aarde afgekaatst. Bij de polen duikt het magnetische veld naar de aarde toe. Hier kunnen de deeltjes de aarde toch bereiken. De deeltjes veroorzaken dan een prachtig schouwspel: noorder- en zuiderlicht.

Exosfeer

De exosfeer is de buitenste laag van de atmosfeer en bevindt zich op 480 tot 1000 km boven de aarde. Het is de overgangszone naar het heelal.

Thermosfeer

De thermosfeer is de laag van 80 tot 480 km boven het aardoppervlak. De schaarse zuurstofdeeltjes in deze laag nemen een grote hoeveelheid zonnewarmte op. Hierdoor is de temperatuur er 1000 graden Celsius.

Mesosfeer

Tussen 50 en 80 km boven het aardoppervlak bevindt zich de mesosfeer. Deze laag is erg koud: -90 graden Celsius.

Stratosfeer

De stratosfeer bevindt zich tussen de 10 en 50 km hoogte boven het aardoppervlak. De temperatuur is er tussen de -20 en -50 graden Celsius. In deze laag bevindt zich ozon, dat de ultraviolette straling van de zon opvangt. Zonder deze ozonlaag zou het leven aan het aardoppervlak niet mogelijk zijn.

Troposfeer

De troposfeer is de laag die aan het aardoppervlak grenst. 99% van alle waterdamp bevindt zich in deze laag. Luchtstromen in deze laag verdelen de warmte van de zon over de aarde.

Aardkorst

De aardkorst bestaat uit oceanische en continentale korst. Continentale korst is 30 tot 70 km dik en bestaat voornamelijk uit granieten. Oceanische korst is 5 tot 8 km dik en bestaat voornamelijk uit basalten. Behalve uit deze stollingsgesteenten, bestaat de aardkorst ook uit sedimentaire en metamorfe gesteenten.

Mantel

De aardmantel bevat 83% van de gesteentemassa op de aarde en bestaat voornamelijk uit vast materiaal.
De bovenmantel is een laag tot 670 km onder het aardoppervlak. De bovenste 100 km van de bovenmantel is hard. In de laag hieronder is het gesteente vloeibaar en kan smelten en magma vormen.
De ondermantel is een laag van 670 tot 2900 km onder het aardoppervlak. Hier is de druk hoger en het gesteente vast.
Gesteenten uit de mantel zijn peridotiet en eklogiet.

Buitenkern

Op 2900 tot 5200 km diepte bevindt zich de buitenkern. De vloeibare massa in de buitenkern bevat veel ijzer en nikkel.

Binnenkern

De vaste binnenkern bevindt zich op een diepte van 5200 tot 6400 km en heeft een diameter van 2400 km. Het gesteente in de binnenkern bevat waarschijnlijk veel ijzer. Dergelijk gesteenten worden niet aan het aardoppervlak gevonden. IJzermeteorieten, afkomstig uit de ruimte, hebben een vergelijkbare samenstelling.