printen     versturen    

Adaptieve radiatie

In de natuur leven verschillende soorten door elkaar heen. Elke soort bezet een eigen plekje (niche), dat hij door concurrentie met ander soorten moet zien te veroveren.

Als een soort een nieuw gebied binnentrekt waar nog weinig andere soorten voorkomen, zoals bijvoorbeeld een eiland dat uit zee oprijst, is er weinig of geen concurrentie. Er zijn dan veel vrije niches. De soort kan in dit geval meer niches in bezit nemen dan in zijn oorspronkelijk gebied. Toch zitten hier beperkingen aan. Een planteneter kan bijvoorbeeld niet zomaar de niche van een vleeseter innemen. Hij is hier simpelweg niet op gebouwd. Wel kan zo'n soort allerlei eigenschappen ontwikkelen die hij voorheen niet had. Zo kan een vogelsoort die oorspronkelijk een alleseter was, zich opsplitsen in populaties met elk een eigen voedselspecialisatie, zoals zaden van bomen, zaden van lage planten, insecten, enzovoort. Dit verschijnsel wordt adaptieve radiatie genoemd. De verschillende populaties die zo ontstaan gaan als het ware steeds meer een eigen leven leiden en ontwikkelen zich na verloop van tijd tot aparte soorten.

De bekendste voorbeelden van adaptieve radiatie vinden we op eilanden en in geļsoleerde meren. Zowel de Darwinvinken op de Galapagos eilanden, als de cichliden (baarsachtige visjes) in het Victoriameer (Tanzania), hebben hun soortenrijkdom te danken aan de sterke voedselspecialisatie van de verschillende soorten.

De verovering van een nieuw gebied is niet altijd geografisch bepaald. Ook de verandering van bijvoorbeeld een voedselbron kan een heel nieuw 'gebied' van mogelijkheden binnen handbereik brengen.

Dit heeft als gevolg dat verwante diergroepen een sterke voedselvoorkeur ontwikkelen. Dit komt bijvoorbeeld voor bij vlinders. De familie van de pages (Papilionidae) kan systematisch worden ingedeeld in een aantal groepen, die elke hun eigen voedselvoorkeur blijken te hebben. Onze koninginnepage (Papilio machaon) bijvoorbeeld, leeft op schermbloemen, terwijl de tropische grote paradijsvlinders (Ornithoptera) leven op Aristolochiaceae en weer een andere tropische groep leeft op citrusbomen. Bij het benutten van nieuwe voedselbronnen, lijkt dus eveneens adaptieve radiatie op te treden. Dit is echter wel afhankelijk van het type voedsel en de flexibiliteit van de soort.