Als we het over evolutie hebben, hebben we het vaak over soorten. Maar wat is nu precies een soort? In het dagelijks taalgebruik worden begrippen zoals rassen, variaties en soorten vaak door elkaar heen gebruikt. Denk bijvoorbeeld maar aan honden. Is de Duitse herder nu een andere soort, ras of varieteit dan een pekinees?
De duidelijkste definitie van een soort komt, natuurlijk, uit de biologie. Verschillende individuen behoren tot dezelfde biologische soort, als ze in staat zijn om zich voort te planten en vruchtbare nakomelingen voort te brengen. Doordat de Duitse herder en pekinees in staat zijn om te paren, rekenen we ze dus tot dezelfde soort (maar een verschillend ras).
Soorten komen niet voor als losse individuen, maar als populaties die vaak door afstand van elkaar gescheiden zijn. Hierdoor raken populaties van elkaar geisoleerd en kunnen kenmerken in de loop van de tijd veranderen. Zo ontstaan nieuwe soorten.
Het biologisch soortsbegrip, gaat slechts op voor soorten die zich geslachtelijk voortplanten. Ongeslachtelijke voortplanting, waarbij nakomelingen worden geproduceerd zonder dat er sprake is van uitwisseling van erfelijk materiaal tussen een mannetje en vrouwtje, komt echter ook vaak voor in de natuur. Omdat bij deze manier van voortplanting de kinderen altijd identiek zijn aan de ouder, vindt er geen vermenging van erfelijke eigenschappen plaats. In dit geval hanteert men dan ook het morfologisch soortsbegrip, waarbij wordt gekeken naar de uiterlijke kenmerken van dieren en planten. Deze methode is ook goed bruikbaar voor de vergelijking van populaties die niet in eenzelfde gebied leven.
Probleemgevallen ontstaan wanneer populaties na verloop van tijd weer bij elkaar komen (bijvoorbeeld door klimaatsverandering). Het kan dan gebeuren dat zij elkaar slechts ten dele als soortgenoten herkennen. De zwarte en bont kraai bijvoorbeeld, die een overlap in verspreidingsgebied hebben in Centraal-Europa, kennen dit probleem. In het overlappingsgebied paren beide kraaiensoorten met elkaar, terwijl dat in andere gebieden niet gebeurt omdat ze daar niet gezamenlijk voorkomen. Is er nu sprake van één soort of van twee aparte soorten? Om dergelijke problemen op te lossen zijn er anderen soortsbegrippen bedacht, die hiervoor een betere omschrijving geven.