De ijszeeën grenzen aan het poolijs en hebben daardoor een zeer lage watertemperatuur.
De ijszeeën bevinden zich zowel op de Noordpool als de Zuidpool.
Ondanks het ruige, koude klimaat is de zee rondom Antarctica rijk aan leven: we vinden er uitgebreide populaties van zeevogels, pinguïns, robben en walvissen. Het plantaardig leven bestaat uit eencellige algen die worden gegeten door eencellige diertjes en krill. In de ijszeeën op de Noordpool komen geen pinguïns voor, wel ijsberen en walrussen. Geologisch gezien is dit gebied veel korter geleden net zo koud geworden als de Zuidpool, en kent daardoor een veel jongere levensgemeenschap.
Veel vissen die leven in de ijszee hebben weinig rode bloedlichaampjes en een laag hemoglobinegehalte omdat het bloed bij de lage temperaturen waarin ze leven zeer stroperig (visceus) is. Als resultaat hiervan zijn de vissen traag: het zijn geen actieve zwemmers. Krill is wellicht één van de meest bekende bewoners van de ijszeeën. Deze kleine garnaaltjes komen in alle oceanen voor, en vormen vooral in de ijszee een belangrijke voedselbron voor vissen, pijlinktvissen, robben, vogels en walvissen. Krill leeft in grote scholen die een dichtheid van 50.000 garnaaltjes per kubieke meter zeewater kunnen bereiken! In de zomer leeft het krill van de algenflora die de onderkant van het ijs bedekt. Wat ze in de winter eten is niet precies bekend.