printen     versturen    

Rafflesia arnoldii

De grootste bekende bloem, met een doorsnede van bijna een meter, wordt voortgebracht door een onaanzienlijke bladgroenloze parasiet. Zonder bloemen zouden we deze parasiet nauwelijks als hogere plant herkennen.
Soms overtreft de werkelijkheid onze fantasie

In 1818, tijdens een onderzoektocht in de binnenlanden van Sumatra, troffen de Engelsman Stamford Raffles en zijn metgezellen een reusachtige, vlezige bloem aan met een doorsnede van bijna een meter. De bloem, alsmede enkele knoppen met het formaat van een rodekool, ontsproten direct uit de wortels van een liaan. Er was niets te zien van bladeren of stengels. Het bleek een voor de wetenschap nieuwe soort te zijn, van een nieuw geslacht en familie van parasieten. Raffles' metgezel Arnold was de eerste Europeaan die de bloem aanschouwde. Hij geloofde zijn ogen niet, en zou zijn vondst nauwelijks wereldkundig hebben durven maken uit vrees voor een fantast aangezien te worden, als Sir Stamford er niet bij was geweest.

De bekende botanicus Robert Brown beschreef de plant in 1821. Naar de ontdekkers Raffles en Arnold noemde hij de soort Rafflesia arnoldii. De familienaam werd Rafflesiaceae

Intermezzo

Stamford Raffles was niet zomaar iemand. Van 1811-1816, tijdens het korte tussenbewind van de Engelsen in het voormalig Nederlands-Indië, was hij gouverneur-generaal van Java. Hij bracht in deze periode vele hervormingen tot stand. Zo schafte hij het Nederlandse dwangarbeidstelsel af en verbood hij de slavenhandel. Hierdoor werden de inlanders in staat gesteld zelf de vruchten van hun werk te plukken. Ten tijde van de ontdekking van Rafflesia arnoldii was hij gouverneur-generaal van Benkoelen op Sumatra, dat pas in 1825 van Engelse in Nederlandse handen overging. In 1819 stichtte hij Singapore.

Enkele bijzonderheden

De Rafflesiaceae vormen een overwegend tropische familie. Het geslacht Rafflesia, waarvan inmiddels 15 soorten bekend zijn, komt alleen voor in het Maleisische gebied. Alle soorten groeien uitsluitend op aan de oppervlakte liggende wortels van lianen van het geslacht Tetrastigma, dat behoort tot dezelfde familie, als de alom bekende wijnstok en de wilde wingerd. Alle Rafflesia-soorten hebben grote vlezige bloemen, die of mannelijk of vrouwelijk zijn. Wat betreft afmetingen spannen de bloemen van Rafflesia arnoldii echter nog steeds de kroon! Zo indrukwekkend als de Rafflesia-bloemen zijn, zo weinig stellen de planten zelf voor. Het zijn superparasieten, gereduceerd tot een bladgroenloos, aan een zwamvlok herinnerend netwerk van celdraden in het weefsel van hun gastheerplant. Omdat het parasieten zonder bladgroen zijn, kunnen ze op de bodem van het donkere regenwoud groeien. Niet-parasitaire planten met bladgroen ontbreken daar bij gebrek aan licht

Bestuiving en verspreiding

Rafflesia's bloeien slechts enkele dagen. De bloemen verspreiden een sterke aasgeur. De bestuiving vindt dan ook plaats door aaskevers en vliegen. Na de bloei verwelken de bloemen en binnen enkele weken rotten ze volledig weg, waarbij duizenden harde zaadjes vrijkomen die hun kiemkracht lang behouden. Kieming vindt waarschijnlijk alleen plaats in beschadigingen van de wortels van een gastheersoort. Het is anders moeilijk voorstelbaar hoe het kiemende zaad de sapstroom van de gastheer zou kunnen bereiken. Ook experimenten wijzen in deze richting. In de natuur komen wortelbeschadigingen gemakkelijk tot stand door de hoeven van grote hoefdieren zoals banteng, tapir en neushoorn. Via modder of vergane vruchtresten aan de hoeven van zulke dieren kunnen, al dan niet tegelijk met wortelbeschadiging, ook de zaden worden verspreid.