Aardbevingen ontstaan waar twee massa's gesteenten binnenin de aarde zich schoksgewijs ten opzichte van elkaar verplaatsen. Met de aardbeving van Roermond gebeurde dat langs de zogenoemde Peelrandbreuk. De Peelrandbreuk vormt de noordelijke grens van het Roerdalslenk en verschijnt aan het aardoppervlak iets ten noorden van Roermond. De aardbeving in 1992 was het bewijs dat de Roerdalslenk nog steeds in beweging is. De beving veroorzaakte schade aan een aantal oudere gebouwen, en auto's raakten beschadigd door vallend puin. Ook scheurvorming trad op, en verzakking van de grond langs de oever van de Maas.
De aardbeving van Roermond had een magnitude van 5.7 op de schaal van Richter en maximaal VII op de schaal van Mercalli. Het epicentrum lag iets ten zuiden van Roermond en het hypocentrum bevond zich op ongeveer 20 kilometer diepte. Deze vrij lichte aardbeving was niets vergeleken met de verwoestende beving van San Francisco in 1906. Die had een magnitude van 8.3 op de schaal van Richter.