printen     versturen    

Gangen in bladeren

Soms zien we op de bladeren van een plant lichtgekleurde tot bruinachtige vlekken of slingerlijntjes. Het zijn de vraatsporen van larven die binnen in het blad leven. De gangen worden 'mijnen' genoemd en de veroorzakers 'mineerders'.
Wat wordt er gegeten?

Een blad is in principe opgebouwd uit verschillende lagen cellen: de opperhuid (cuticula), de onderhuid (epidermis), pallisadenparenchym en sponsparenchym. De mineerders leven van verschillende lagen behalve van de opperhuid. De larve leeft zodoende relatief veilig in een van de omgeving afgesloten mijn. Naarmate er meer wordt weg gegeten tussen de boven- en onderkant van het blad, is de mijn doorzichtiger. Gewoonlijk zijn er ook uitwerpselen in te zien, maar sommige larven zuigen alleen sap op en produceren geen vaste uitwerpselen. Mijnen komen veel voor: ze zijn aangetroffen bij 118 Europese plantenfamilies.

Gevarieerde kostgangers

Mineerders zijn te vinden in vier insectenorden. In volgorde van talrijkheid zijn dat vliegen (Diptera), vlinders (Lepidoptera), bladwespen (Hymenoptera) en kevers (Coleoptera). Natuurlijk kunnen alleen kleine larven binnen in het blad leven. Zo vinden we onder de vlinders alleen mineerders bij enkele geslachten van zeer kleine motjes.

Type mijnen

Omdat mineerders erg klein zijn, zijn ze moeilijk op naam te brengen. In veel gevallen echter kunnen we aan de voedselplant en de vorm van de mijn de bewoner herkennen. Vele soorten mineerders komen slechts op één plantensoort voor (monofaag) of op planten van één geslacht (oligofaag). Er worden verschillende vormen van mijnen onderscheiden. Er bestaan rechte en bochtige gangmijnen, en plaatsmijnen die spiraal-, ster- of blaasvormig zijn. Je hebt vouwmijnen, met aan de onderzijde van het blad altijd één of enkele vouwtjes. En ten slotte zijn er de vlekmijnen, die altijd leeg zijn. Het rupsje leeft in een kokertje op het blad of is vertrokken met achterlating van een gaatje.