printen     versturen    

Bananen

Bananen horen oorspronkelijk thuis in Zuidoost Azië. Tegenwoordig worden ze overal in de tropen gekweekt. De vrucht is wereldwijd een belangrijk handels- en consumptieartikel.
Steriele kruisingen

Bananen zijn de vruchten van de bananenplant, die oorspronkelijk thuishoort in Zuidoost-Azië. Nadat de Europeanen er voor het eerst mee kennismaakten in de 15de en 16de eeuw is de vrucht wereldwijd een belangrijk consumptie- en handelsartikel geworden. Hij wordt nu overal in de tropen verbouwd. Zogenaamde dwergbananen komen zelfs in de subtropen tot rijping; wie ooit op de Canarische eilanden is geweest, heeft daar de uitgestrekte bananenplantages van bijvoorbeeld Gran Canaria en Tenerife met eigen ogen kunnen aanschouwen. In het wild komen 30-40 soorten voor. De meeste momenteel gekweekte variëteiten zijn echter klonen van zogenaamde triploïde kruisingen van slechts twee soorten, Musa acuminata en M. balbusiana. Kruisingen zijn vrijwel altijd steriel, en dat geldt ook in het geval van de bananenplant. De commerciële variëteiten kunnen daarom alleen vegetatief worden vermeerderd, en niet via zaden.

Vruchten zonder zaad

Bij de meeste planten worden pas vruchten gevormd bij de zaadvorming, dus na de bestuiving van de vrouwelijke bloemen. Bij de bananenplant ontwikkelen de vruchten zich echter onafhankelijk van de bevruchting, ook bij de steriele commerciële 'rassen'. Deze voor ons prettige eigenschap zorgt ervoor dat de bananen bij de groenteboer, in tegenstelling tot wilde bananen, geen pitten hebben. De vruchten van de diverse rassen variëren aanzienlijk in afmetingen en smaak. Ze bevatten vooral zetmeel, en zijn dus rijk aan koolhydraten en doorgaans licht verteerbaar. Ook bevatten ze een relatief hoog gehalte aan vitamine D. De vruchten van de zogenaamde bakbaan kunnen niet rauw worden gegeten.

Bananen groeien niet aan bomen!

Bananenplanten kunnen een hoogte bereiken van drie tot tien meter. Vanwege het formaat spreken we vaak van bananenbomen. Ondanks hun palmachtige uiterlijk met stam en bladerkroon zijn het echter geen bomen in de strikte zin van het woord, maar kruidachtige planten. De vermeende stam is een schijnstam, opgebouwd uit dicht opeengepakte bladschachten. Hij vertoont geen spoor van verhouting en kan met één slag van een kapmes worden omgehakt. In het centrum van de bladkruin ontwikkelt zich de bloeiwijze, die zich, mede onder het gewicht van de zich later vormende bananen, naar beneden buigt.

Bananenkammen

De bloeiwijze vormt vrouwelijke en mannelijke bloemen en bestaat aanvankelijk uit een dikke bruinrode knop van dicht opeengepakte schutbladen. Naarmate de bloei vordert ontvouwen deze zich één voor één, waarbij in dubbele rijen gerangschikte vrouwelijke bloemen tevoorschijn komen: de toekomstige bananenkammen. Per bloeiwijze kunnen, al naar gelang het 'ras', in enkele maanden tijd tot vele honderden bananen tot rijping komen. Aan het einde van de bloeiwijze, als de eerste bananen rijp of bijna rijp zijn, vormen zich tenslotte de mannelijke bloemen.

Vermeerdering via uitlopers

Na vrucht te hebben gedragen sterft de bananenplant af. Tijdens de groei vormen de planten echter ondergrondse uitlopers waaruit zich nieuwe bananenplanten ontwikkelen. Deze vormen de basis voor nieuwe plantages. Ook wilde bananen planten zich op deze wijze voort, maar vormen daarnaast natuurlijk ook gewoon zaden.