De zon is het meest intens op de evenaar. Toch is dit niet de warmste plek op aarde. Dat zijn de woestijnen. Deze liggen in twee gordels rond de aarde. Op het Noordelijk Halfrond vinden we de Sahara, de Gobiwoestijn en de woestijnen van de westelijke Verenigde Staten. Op het Zuidelijk Halfrond liggen de Kalahari woestijn, de Australische woestijn en de woestijn van Peru ongeveer op dezelfde breedtegraad.
Dat al die woestijnen op ongeveer dezelfde breedtegraad liggen is geen toeval. Dat heeft alles te maken met de luchtcirculatie op onze planeet.
Zoals gezegd schijnt de zon het hardst op de evenaar. Dat betekent dat de lucht hier het sterkt wordt verwarmd. De warme lucht stijgt op en koelt langzaam af. Nu kan warme lucht veel beter vocht vasthouden dan koude lucht. Als lucht afkoelt, dan condenseert de waterdamp en valt als regen terug op de aarde. Dat is dan ook de reden dat we rondom de evenaar de regenwouden vinden.
De stijgende lucht heeft echter nog een ander effect. Het zuigt als het ware lucht van het noorden en het zuiden van de evenaar aan. Hierdoor ontstaan de zogenaamde passaatwinden. Tegelijkertijd stroomt op de evenaar lucht in de hogere luchtlagen weg. Deze lucht heeft inmiddels het meeste van zijn vocht verloren en stroomt als droge lucht verder naar het noorden en het zuiden.
Bij een gordel van subtropische hogedrukgebieden, die we de paardenbreedten noemen, komt de lucht weer naar beneden. Daarbij wordt hij opgewarmd. Daardoor kan de toch al droge lucht het weinige vocht dat het bevat nog gemakkelijker vasthouden. Het gevolg daarvan is dat er op deze breedtegraden slechts heel weinig neerslag kan worden gevormd, zodat er een gordel van woestijnen ontstaat.
Zodra de lucht weer bij het aardoppervlak komt, kan hij de passaatwinden weer voeden. Er ontstaat zo een luchtcirculatiesysteem dat we de Hadley cel noemen. Het is één van drie van dergelijke circulatiecellen. In de gematigde zones vinden we de Farrel cellen, waarbij de lucht stijgt rond de poolcirkel en daalt bij de paardenbreedten. De stijgende lucht bij de poolcirkels kan ook naar de polen toestromen en zo de polaire cellen vormen.