Tegenwoordig worden de meeste kleurstoffen synthetisch gemaakt, maar vroeger leverden korstmossen een belangrijke grondstof voor het verven van textiel. Bekend is orseille, een rode tot paarse kleurstof die vooral werd gewonnen uit Rocella tinctoria. Deze soort komt algemeen voor op rotskusten rondom de Middellandse Zee en op de Kanarische eilanden. Reeds in de klassieke oudheid en in de Middeleeuwen bereidde men orseille. Deze kleurstof kan wat betreft tint wedijveren met het toen zeer hoog aangeschreven purper van purperslakken, maar is minder kleurecht. In zonlicht wordt het bruin. Een andere bekende korstmoskleurstof is lakmoes. Het werd gewonnen uit Ochrolechia- en Rocella-soorten. Lakmoes werd niet alleen als verfstof gebruikt maar ook als globale zuur-base indicator. Het kleurt blauw in een basisch milieu en rood in een zuur milieu. Denk maar aan de lakmoespapiertjes van het scheikundepracticum. Tegenwoordig worden doorgaans meer nauwkeurige elektrische methoden voor zuurgraadbepalingen gebruikt.
In de Middeleeuwen namen veel mensen voetstoots aan dat de medische werking van planten aan het uiterlijk of aan één of andere opvallende eigenschap te zien was. Waarom zou God ze die vorm of eigenschap anders hebben gegeven? Zo werden baardmossen van het geslacht Usnea, die veel op bomen groeien, aangewend tegen haarziekten. Het bekende gele korstmos Xanthoria parietina zou helpen tegen geelzucht. Lobaria pulmonaria, waarvan de gelobde delen met enige fantasie aan de vorm van een long doen denken, zou helpen tegen longziekten, enzovoort. Met onze huidige kennis is het natuurlijk gemakkelijk om deze renering als onzin af te doen. Toch bleek in de loop der tijd door uitproberen en opgedane ervaring dat sommige korstmossen wel degelijk een heilzaam effect hadden op bepaalde kwalen. Een aantal soorten werd met succes toegepast als laxeermiddel of hoestmiddel, of bij de behandeling van huidaandoeningen en zweren.
Zelfs in onze tijd spelen korstmossen nog een, zij het bescheiden rol. Met name IJslands mosCetraria islandica en rendiermosCladonia, sinds lang in zwang als hoestmiddel, zijn nog steeds gedroogd en verpulverd als thee, of in de vorm van keelpastilles bij de drogist te koop. Diverse soorten, met name Evernia prunastri en Pseudevernia furfuracea worden nog op bescheiden schaal gebruikt in de zeep- en parfumindustrie. De extracten van deze soorten bevatten bepaalde specifieke geurstoffen, maar ook stoffen die andere vluchtige geurstoffen kunnen fixeren zodat de geur daarvan langer behouden blijft.
In de periode na de Tweede Wereldoorlog werden veel planten chemisch geanalyseerd, en daardoor weten we nu dat veel korstmossen antibiotica of anderzijds werkzame stoffen bevatten. Hiervan maakt de medicijn- en cosmetica- industrie dankbaar gebruik. Gedurende de laatste decennia zijn diverse geneesmiddelen op de markt gebracht waarvoor korstmossen de grondstof vormen. Antibiotische stoffen zijn uiteraard niet alleen nuttig voor ons om ziekteverwekkers te bestrijden. Ze spelen van nature ook een rol in het leven van de korstmossen zelf. Door hun aanwezigheid zijn de korstmossen vaak in staat om met succes te concurreren met andere, normaal gesproken sneller groeiende planten.