De Maasvlakte is een opgespoten gebied ten westen van Rotterdam. Het zand waarmee de vlakte is opgespoten is afkomstig uit de Noordzee, waarbij materiaal tot een diepte van veertig meter is gebruikt. Met het zand zijn allerlei botten van zoogdieren meegekomen. In de loop van de jaren tachtig en begin jaren negentig hebben amateurverzamelaars veel van deze botten verzameld.
Net als bij de fossielen van de Noordzeebodem, weten we van de fossielen van de Maasvlakte niet precies uit welke aardlaag ze afkomstig zijn. Sterker nog, de fossielen van de Maasvlakte komen uit verschillende aardlagen, gezien de mengeling van Midden en Laat Pleistocene soorten die we hier aantreffen.
Een eerste indicatie van de ouderdom van de fossielen van de Maasvlakte is de manier waarop deze zijn gefossiliseerd. Een aantal fossielen is zeer donker gekleurd en zwaar gefossiliseerd. Het zijn de oudste fossielen die we hier kunnen vinden. De gevonden soorten geven aan dat dit materiaal stamt uit het Midden Pleistoceen en ongeveer één miljoen jaar oud is. We vinden bijvoorbeeld resten van de zuidelijke olifant, Mammuthus Mammuthus meridionalis. Deze soort kennen we ook uit Tegelen, maar de kiezen van de Maasvlakte zijn duidelijk van een geavanceerder type. Deze fauna van de Maasvlakte is dan ook een stuk jonger dan die van Tegelen.
Naast de olifant bevat de fauna onder andere ook de uitgestorven beverTrogontherium, de neushoornStephanorhinus etruscus en het nijlpaardHippopotamus Hippopotamus major. Een vergelijkbare fauna is opgevist uit de Deep Water Channel in de zuidelijke Noordzee.
In de Noordzee worden veel fossielen gevonden van zoogdieren die hier leefden in de laatste ijstijd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vertegenwoordigers van deze fauna ook te vinden zijn op de Maasvlakte. Dit materiaal is veel minder zwaar gefossiliseerd dan dat uit het Midden Pleistoceen. Het is dan ook veel jonger en heeft een leeftijd van enkele tienduizenden jaren.
De meest kenmerkende soort van deze Weichselien fauna is de wolharige mammoet, Mammuthus primigenius. Daarnaast zijn op de Maasvlakte fossielen gevonden van de holenleeuw, de holenhyena, de steppewisent, de wolharige neushoorn, het reuzenhert en het rendier. Fossielen van deze dieren zijn, behalve uit de Noordzee, ook bekend uit de zuiggaten langs de grote rivieren.
Naast de botten van ijstijdzoogdieren zijn op de Maasvlakte ook botten gevonden van na de ijstijd. Deze botten zijn hooguit 10.000 jaar oud en zijn niet of nauwelijks gefossiliseerd. Veruit de meeste botten behoren tot gedomesticeerde soorten zoals schapen, geiten, koeien en varkens. Daarnaast zijn verschillende resten van allerlei soorten muizen, bevers, marters, wezels en herten gevonden. Ook deze stammen van na de laatste ijstijd.
Behalve de landzoogdieren zijn ook botten gevonden van zeezoogdieren. Zo zijn er botten aangetroffen van verschillende soorten zeehonden, bruinvissen, dolfijnen en zelfs van een narwal. Over de ouderdom van deze zeezoogdieren is weinig te zeggen.