Van veel organische stoffen kennen we twee varianten, een links- en een rechtsdraaiende. Zo zijn sommige zuivelproducten te koop met rechtsdraaiend melkzuur. Die term slaat op de manier waarop gepolariseerd licht door de stof wordt verdraaid. Het heeft dus niets te maken met draaiende moleculen. Links- en rechtsdraaiende varianten van een stof, of de L- en D-isomeren zoals ze officieel heten, hebben atomen die elkaar spiegelbeeld zijn. Niet alleen van melkzuur kennen we verschillende isomeren. Aminozuren, de bouwstenen van eiwitten, hebben dat ook. In levende wezens komen alleen linksdraaiende aminozuren voor. Na de dood van een dier begint een deel van de aminozuren te vervallen tot rechtsdraaiende isomeren. Uiteindelijk ontstaat een evenwicht, waarbij er net zoveel links- als rechtsdraaiende moleculen aanwezig zijn.
De verhouding aan links- en rechtsdraaiende aminozuren in de botten van een dier, is afhankelijk van de vraag hoelang het dood is. Met andere woorden, dit verval of racemisatie kunnen we gebruiken om de geologische ouderdom van een bot mee te bepalen. Deze dateringsmethode staat nog in de kinderschoenen. Er zitten dan ook de nodige haken en ogen aan. De snelheid waarmee het verval plaatsvindt, is namelijk afhankelijk van tal van factoren. Als we twee botten uit één grot bekijken, dan weten we dat de omstandigheden waarin het verval plaatsvond min of meer gelijk zijn. Het bot met de meeste rechtsdraaiende isomeren is dan het oudst. Als de botten echter uit twee verschillende grotten komen kunnen we dat al niet meer zeggen.
Maar we willen niet alleen weten welk bot ouder is. Die gegevens kunnen we vaak al halen uit de laag waarin we het gevonden hebben. Veel interessanter is het natuurlijk om te weten hoe oud zo'n bot nou precies is. Als we alleen maar kunnen dateren met behulp van aminozuurracemisatie, dan kunnen we geen absolute ouderdom geven. Maar als we ook andere dateringen hebben, dan kunnen we bepalen hoe snel het verval verloopt. Zo kunnen we wél ongeveer zeggen hoe oud een bot is. Als we die gegevens eenmaal hebben, is het mogelijk om botten tot ongeveer twee miljoen jaar oud met de racemisatietechniek te dateren.
In Naturalis is de racemisatiemethode tot dusver alleen gebruikt om materiaal uit een aantal Indonesische grotten te dateren. Deze botten zijn enige tienduizenden jaren oud.