De grootste bedreiging van het milieu is ons land komt door de drie 'ver's’:
Dat die eerste twee slecht zijn voor de natuur is meteen duidelijk. Verdroging leidt ertoe dat er te weinig water is voor de planten. Natuurgebieden die juist worden gekenmerkt door veel water (vennen, venen), worden uiteraard extra bedreigd als er te weinig water is. Luchtvervuiling die als zure regen op aarde terechtkomt, is ook zeer schadelijk voor planten. Maar hoe zit het met vermesting of eutrofiëring? Als we willen dat de planten in onze tuin of op onze vensterbank het goed doen, geven we ze juist mest. Waarom is het dan niet goed voor planten in de natuur? Van mest gaan planten beter groeien. Maar bij te veel voedingsstoffen zien we dat in de natuur de verscheidenheid aan planten afneemt. Dat komt doordat de meeste soorten juist zijn aangepast aan voedselarme omstandigheden.
Planten hebben voedingsstoffen of nutriënten nodig. Hoe meer voedingsstoffen, hoe beter ze groeien. In de natuur is vaak slechts een beperkte hoeveelheid voedingsstoffen beschikbaar. In de loop van de evolutie hebben planten zich daaraan aangepast. Sommige soorten komen voor in gebieden met weinig voedingsstoffen. De zonnedauw, bijvoorbeeld, kan leven in zeer voedselarme gebieden. Om toch voldoende nutriënten binnen te krijgen, vult deze plant zijn menu aan met insecten. Als er nu te veel voedingsstoffen in het milieu terechtkomen, dan wordt het natuurlijk evenwicht verstoord. Het beste is dit te zien aan waterplanten. Als in een plas te veel voedsel komt, zullen de algen sterk in aantal toenemen. Er kan dan algenbloei optreden. De algen groeien zo sterk, dat ze een troebele massa in het water vormen. Als de algen afsterven en gaan rotten, wordt er zoveel zuurstof aan het water onttrokken, dat vissen en andere waterdieren sterven.
Zonnedauw
Op het land lijken de gevolgen van de vermesting op het eerste gezicht minder dramatisch. Hier treedt een verschuiving op in de plantenwereld. Planten die zijn aangepast aan weinig voedsel, worden, als de hoeveelheid nutriënten toeneemt, verdrongen door planten die op meer voedselrijke gronden leven. Dit is met name duidelijk te zien op onze heidevelden, waar grassen, en met name het pijpestrootje, de hei verdringen. In veenlandschappen verdwijnen planten als orchideeën en zonnedauw. Vermesting betekent over het algemeen een verarming van de flora. Doordat er van nature maar weinig echt voedselrijke gebieden zijn, zijn er ook maar weinig planten die hieraan zijn aangepast. Planten die in voedselrijke gebieden leven, zijn onder andere bepaalde grassoorten en brandnetels. In bermen en langs dijken, waar vroeger een groot aantal akkeronkruiden en andere bloemen groeiden, zijn nu nog maar enkele plantensoorten te vinden.