Tam maken is bij dieren in de meeste gevallen de eerste stap van het domesticatieproces. Voordat ermee gefokt kan worden moeten dieren eerst wennen aan een leven in de onmiddelijke nabijheid van de mens. Na verloop van generaties zal het dier voor zijn overleven afhankelijk worden van zijn verzorger. Daarbij zullen 'wilde' kenmerken en gedragseigenschappen geleidelijk verdwijnen.
Tam maken
Een dier zal in de meeste gevallen tam gemaakt moeten worden zodat mensen makkelijker met de dieren om kunnen gaan en werken. Dat maakt ook het fokken veel makkelijker.
Er zijn ook uitzonderingen: honingbij, zijderups en rendier. De zijderups en de bij hebben hun gedrag niet aan de mens aangepast. Ze leven soms op een door de mens toegewezen plek: de bijenkorf. Bij de rendieren volgen mensen de kuddes rendieren in plaats van de kuddes te leiden. De mens heeft zich in dit geval juist aangepast aan het gedrag van het dier. De honingbij, de zijderups en het rendier zijn een bewijs dat een dier niet altijd tam hoeft te zijn om gedomesticeerd te worden genoemd.
Bewust en onbewust tam maken
In het begin is de domesticatie van dieren waarschijnlijk onbewust gegaan. Dieren leefden bij de afvalhopen van mensen en profiteerden van hun etensresten. Ze pasten zich aan de leefomgeving van mensen aan en zijn op deze wijze tam geworden. Dit is waarschijnlijk zo gegaan bij dieren als de hond, het varken en de kip. Deze onbewuste domesticatie wordt ook wel zelfdomesticatie genoemd.
Op een gegeven moment kregen mensen inzicht in de eigenschappen van dieren. Ze zijn zich toen ook met de voortplanting van dieren gaan bezig houden.
Stappenplan
Domesticatie, tam maken en kweken van dieren en planten, verloopt overal volgens hetzelfde plan. Dit zogenaamde stappenplan bestaat over het algemeen uit de volgende vier stappen:
Domesticatie van planten
Mensen begrepen dat planten zich door zaad voortplanten en dat ze dus het zaad moesten verzamelen en uitstrooien. Voor domesticatie van planten zijn een aantal factoren van belang:
Een goede voedingsbodem; sommige planten kiemen bijvoorbeeld alleen in kalkrijke grond.
Een bepaald klimaat; planten leven bij een bepaalde temperatuur en luchtvochtigheid. Een plant uit een subtropisch klimaat groeit niet zomaar in het Nederlandse zeeklimaat.
Symbiose of andere samenlevingsvormen; sommige planten leven alleen in de aanwezigheid van een bepaalde andere plant of schimmel.