De zonnebloem
- Zonnebloemen komen oorspronkelijk uit Noord- en Zuid Amerika en zijn gedomesticeerd rond 1000 voor Christus.
- De Inca's vereerden de zonnebloemen als beeld van hun zonnegod.
- Van oorsprong was de zonnebloem de zonnekoningin van de indianen van tropisch Midden-Amerika.
- Voor de Azteken was het een van de heilige planten.
- Zonnepriesteressen werden er mee gekroond en droegen ze ook wel in de hand.
- Al drieduizend jaar geleden werd de zonnebloem gekweekt en direct al gewijd aan de zonnegod.
- Er werden juwelen gemaakt met zonnebloemmotief. De plant werd als heel bijzonder gezien, als erg belangrijk in het leven van de indianen.
- In 1530 werd de zonnebloem door Spaanse zeelieden naar Europa gebracht.
- Het was een mooie sierplant, zo bedachten de bewoners van dit continent.
- Tot de Russen op het idee kwamen er ook iets nuttigs mee te doen. Ze kweekten ze massaal om de pitten te consumeren.
- Ze zijn heel lekker, vooral als ze geroosterd zijn.
- Ze zijn ook gemakkelijk te verwerken als ingrediënt in bijvoorbeeld brood, muesli of salade.
- De bloemknoppen worden wel in salades gebruikt.
- Voor de kiemzaden is er ook een toepassing, te vergelijken met taugé. I salades kan zo'n ontkiemend zaadje erg lekker zijn.
- De olie die van de pitten wordt gemaakt, kan vrijwel overal voor worden benut. Voor het bakken en frituren is het een goedkoop product. Het is nog gezond ook, met onverzadigde vetzuren.
- Minder goed voor het welzijn van de mens is het gebruik van de grotere bladeren. Gedroogd en gesneden kunnen die worden gerookt.