De Oer-Archaebacteriën zijn de oudste vertegenwoordigers van de Archaebacteriën.
De naam 'Archaebacteriën' betekent eigenlijk 'oude bacteriën'. Deze naam is bedacht omdat Archaebacteriën in, voor ons, extreme milieus leven zoals die al vroeg op aarde voorkwamen, bijv. bij hete diepzeebronnen (black smokers) en op plaatsen met een hoog zoutgehalte.
Uit onderzoek is gebleken, dat Archaebacteriën waarschijnlijk 'pas' ongeveer 850 miljoen jaar geleden ontstaan zijn, dus later dan de
Oerbacteriën
. Hun ribosoom (de plaats waar ze
eiwitten
maken) is namelijk veel ingewikkelder dan dat van de Oerbacteriën en daarom waarschijnlijk jonger.
De cellen van Archaebacteriën bevatten geen kern. Daarom worden Archaebacteriën, evenals de andere bacteriën, tot de zogenaamde prokaryoten gerekend (pro = voor; karyon = kern).
Bovendien hebben ze een enkele celmembraan, in tegenstelling tot de andere bacteriegroepen, die een dubbele membraan hebben.
De Archaebacteriën komen tegenwoordig nog steeds voor in extreme milieus, bijvoorbeeld in geisers, bij zwavelbronnen of in ijs. Ook komen er veel Oer-archaebacteriën diep in de aardkorst voor, sommigen tot wel 3,5 kilometer diep, bij een temperatuur van 75°C en een druk van 1 kilobar.
Ter vergelijking: de mens leeft tegenwoordig bij een druk van 1 bar, dus deze bacteriën leven bij een druk die 1000x hoger is.