Nederlandse naam
Penhoren.
Wetenschappelijke naam
Turritella communis (Risso).
Voorkomen in Nederland
vrij zeldzaam,verder naar het noorden toe wordt deze soort steeds algemener. Lege huisjes spoelen regelmatig aan, vooral op de Waddeneilanden.
Voorkomen in de tijd
komt oorspronkelijk in Nederland voor.
Grootte
Tot 6 cm hoog en 1,5 cm breed.
Kleur
Vers zijn ze geelbruin met roodbruine vlekjes. Als ze aanspoelen op het strand zijn ze vaak blauwgrijs verkleurd of begroeid met zeerasp.
Belangrijkste kenmerken
Een lang slakkenhuis met 17-18 windingen, die geleidelijk in grootte toenemen. De top is spits en puntig, vaak ook afgebroken. Het oppervlak van de schelp heeft fijne spiraalribben.
Naamgeving
naar de puntige vorm van het huisje.
Leefomgeving
penhorens leven vrijwel altijd ingegraven in zachte zandbodems, in water tussen de 6 en 200 meter diep.
Vergelijkbare soorten
In Zeeland spoelen andere fossiele penhorensoorten aan.
Weetjes
Penhorens worden zelden mooi schoon gevonden. Ze zijn meestal bedekt met zeerasp, een kolonievormende poliep, hetgeen er op wijst dat een heremietkreeft de schelp als woning heeft gebruikt.
Referenties
|
Nederlandse naamlijst van de weekdieren (Mollusca) van Nederland en België
|
|||||
|
Veldgids Schelpen
Bruyne, R.H. de, 2004. KNNV Uitgeverij; Jeugdbondsuitgeverij. |
||||
|
Gids van kust en strand: flora en fauna
|
|||||
|
Schelpen en andere zeedieren. Zoeken, verzamelen en benoemen
|
|||||
|
Het Zeepaard
|