binnenkant
buitenkant
Nederlandse naam
Gewone oester.
Wetenschappelijke naam
Ostrea edulis (Linnaeus, 1758).
Behoort tot de
Tweekleppigen (Bivalvia).
Voorkomen in Nederland
Kleppen van oesters spoelen regelmatig aan op het strand. In Zeeland worden oesters gekweekt en zijn ze te vinden aan de voet van dijken en pieren.
Voorkomen in de tijd
Vroeger kwamen op veel plaatsen langs de kust oesterbanken voor met zeer veel oesters bij elkaar. Door overbevissing en door de komst van de Japanse oester komen ze nog maar in zeer kleine aantallen voor.
Belangrijkste kenmerken
Een zeer stevige schelp met een grote vormvariatie (rond tot langwerpig). De linkerklep is boller dan de rechterklep. Beide kleppen hebben een schilferige structuur. Aan de binnenkant is een kommavormig spierindruksel te zien.
Grootte
Oesters kunnen tot 22 cm lang en hoog worden. Gekweekte exemplaren zijn maximaal 10 cm groot.
Kleur
De buitenkant van de schelp is wit of bruinpaars, de binnenkant glanzend wit. De spierindruksels zijn mat.
Leefomgeving
Gewone oesters leven vastgegroeid op een harde ondergrond, tot enkele honderden meters diep.
Vergelijkbare soorten
De gewone oester lijkt qua structuur op de Japanse oester. Deze is echter langwerpiger en heeft een golvende onderrand.
Naamgeving
Oester is afgeleid van 'ostreon' , dat 'schaaldier' betekent. De gewone oester wordt ook wel Zeeuwse oester genoemd.
Weetjes
Oesters kunnen tot 20 jaar oud worden. De dieren wisselen gedurende hun leven enkele malen van geslacht. De geslachtswisseling wordt beinvloed door de watertemperatuur. Oesters planten ze zich voort van mei tot augustus. In deze periode worden ze ook geoogst voor de consumptie.
Referenties
|
Nederlandse naamlijst van de weekdieren (Mollusca) van Nederland en België
|
|||||
|
Veldgids Schelpen
Bruyne, R.H. de, 2004. KNNV Uitgeverij; Jeugdbondsuitgeverij. |
||||||
|
Gids van kust en strand: flora en fauna
|
||||||
|
Schelpen en andere zeedieren. Zoeken, verzamelen en benoemen
|
||||||
|
Het Zeepaard
|