binnenkant
buitenkant
Nederlandse naam
Japanse oester.
Wetenschappelijke naam
Crassostrea gigas (Thunberg, 1793).
Behoort tot de
Tweekleppigen (Bivalvia).
Belangrijkste kenmerken
De bovenklep is bol, de onderklep plat. Beide kleppen hebben een onregelmatige, schilferige sculptuur. De rand van de schelp is golvend.
Grootte
Tot 23 cm lang, meestal kleiner, soms groter tot wel 30 cm. De breedte is ongeveer tot 14 cm. Aan de grootte is vaak ook de leeftijd af te leiden. In hun eerste winter bereiken Japanse oesters een lengte van ongeveer 1 cm, in de tweede winter 3 tot 4 cm en in de derde 6 tot 7 cm.
Kleur
De rechterklep is geelbruin met paarse vlekken en strepen, de linkerklep meestal wit met paarse tekeningen. Het spierindruksel aan de binnenkant is ook vaak paars.
Voorkomen in Nederland
Komt langs de hele kust voor, vooral algemeen in de Oosterschelde en op andere plaatsen in Zeeland en soms in het Waddengebied.
Voorkomen in de tijd
De Japanse oester is in de jaren zeventig van de vorige eeuw ingevoerd vanuit Japan en heeft zich hier snel uitgebreid.
Leefomgeving
Evenals de gewone oester leeft de Japanse oester vastgehecht op harde ondergrond, zoals stenen en dijken, tot enkele honderden meters diep. Soms hecht de soort zich vast aan kleinere voorwerpen, zoals schelpen van kokkels, mossels en alikruiken. Deze vrijlevende oesters worden vaak opgevist door zilvermeeuwen die ze vanuit de lucht op de dijk laten vallen om de schelpen te breken en de dieren op te eten.
Vergelijkbare soorten
De Japanse oester lijkt qua structuur op de gewone oester. De Japanse oester is langwerpiger en heeft een golvende onderrand.
Naamgeving
De naam verwijst naar het herkomstgebied: Japan.
Weetjes
De Japanse oester wordt soms verward met de Portugese oester. Deze is voor consumptie in de jaren vijftig in Nederland ingevoerd, maar was niet bestand tegen ons koude klimaat. Hij komt hier dan ook niet meer voor. Men dacht eerst dat de Japanse oester ook gemakkelijk in onze wateren ingevoerd kon worden omdat de soort hier toch niet tot reproductie kon komen door het koude water. Dit bleek echter niet het geval: in de jaren tachtig werden hele oesterbanken gevormd in de Oosterschelde. De populatie is inmiddels zo groot dat hij concurreert met mossels en kokkels.
Sommige onderzoekers beschouwen de Portugese oester en de Japanse oester als één soort.
Referenties
|
Nederlandse naamlijst van de weekdieren (Mollusca) van Nederland en België
|
||||||
|
Veldgids Schelpen
Bruyne, R.H. de, 2004. KNNV Uitgeverij; Jeugdbondsuitgeverij. |
||||||
|
Gids van kust en strand: flora en fauna
|
||||||
|
Schelpen en andere zeedieren. Zoeken, verzamelen en benoemen
|
||||||
|
Het Zeepaard
|