printen     versturen    

Zeldzame evervis aangespoeld op strand Texel

Op 20 november 2005 spoelde op het Westerstrand van Texel bij paal 16 een klein roodgekleurd visje aan waarvan biologen denken dat het niet thuishoort in de Noordzee. Het tien centimeter lange dode dier werd door deskundigen van het vlakbij gelegen natuurcentrum Ecomare gedetermineerd als evervis, normaal gesproken een bewoner van de Atlantische oceaan en de Middellandse Zee. Omdat het een vondst van wetenschappelijke waarde betreft staat Ecomare de evervis af aan Naturalis. Het museum wil de evervis onderzoeken en opnemen in de wetenschappelijke collectie.

De op Texel aangespoelde evervis.
Foto: Ecomare, Salko de Wolf

 

Vierde exemplaar voor Naturalis

In de collectie van Naturalis bevinden zich drie evervissen die in het Nederlandse deel van de Noordzee zijn gevangen. Ze zitten allemaal in potten met alcohol zodat de lichamen, inclusief de zachte weefsels, goed bewaard blijven. Met de Texelse 'rode zonnevis', zoals de evervis ook wel wordt genoemd, krijgt Naturalis er dus een vierde bij.

 

Levend gevangen

De grootste evervis van Naturalis meet 17 centimeter. Dit dier werd in 1965 gevangen door de garnalenkotter BH-1 in het Brouwershavense Gat, voor de kust van Schouwen-Duiveland. Volgens een bericht in Het Zeepaard uit 1965 (het tijdschrift van de strandwerkgroep van de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging), leefde dit dier nog twee dagen in een aquarium voordat het doodging. De schipper van de BH-1 vertelde dat hij tot ongeveer 1920 vrij regelmatig evervissen ving in het Brouwershavense Gat. Naar schatting ging het om ongeveer drie exemplaren per jaar. De gewone zonnevis (Zeus faber), die enigszins op de evervis lijkt en er ook mee verwant is, werd veel vaker gevangen.

In hetzelfde nummer van Het Zeepaard valt ook te lezen dat er in 1963 een evervis aanspoelde op het strand van Schoorl (Noord-Holland). Dit exemplaar is, voorzover bekend, echter niet in een wetenschappelijke verzameling terecht gekomen. In de collectie van Naturalis worden nog twee andere evervissen bewaard die uit het Nederlandse deel van de Noordzee afkomstig zijn. Een exemplaar werd gevangen tijdens een expeditie met het onderzoeksschip Tridens van het Koninklijk Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ); het andere exemplaar werd aangeleverd door visserijbedrijf De Groot uit IJmuiden. Dit laatste exemplaar kwam in de netten van een viskotter terecht en is door de bemanning als 'gekke vis' aan land gebracht. Deze voorvallen, en de verse evervis die nu op Texel is aangespoeld, laten zien dat er in onze Noordzee mogelijk meer evervissen rondzwemmen dan we denken.

 

Hoe komt de evervis aan zijn naam?

De wetenschappelijke naam van de Evervis is Capros aper. Capros is gelatiniseerd Grieks voor zwijn, aper is afgeleid van het Latijnse woord Caper dat ook zwijn betekent.

Over de oorsprong van de naam is alleen in oude werken iets te vinden. Houtuyn (1764) vermeldt  bij Aper, Zee-Zwijn:

"Men houdt deezen voor den Aper van Rondeletius, dus genaamd, omdat hij op de Rug als Varkens Borstels draagt en lang van snoet is, of met den Bek opwaarts geboogen: gelyk Artiedi zegt: weshalve ik hem Zee-Zwijn noem. Te Genua wordt hij Strivale, te Rome Riondo geheeten. Hy onthoudt zig naby den Grond der Zee, en wordt daarom zelden als na een flinke beroering der wateren, door Stormwinden, gevangen. Of het de [= Capros] der Ouden zij, die een knorrend Geluid  maakte, schijnt zeer twijfelachtig."

 

Lees ook de vondstmelding van de evervis, met aanvullende informatie van Ecomare