Welke natuurvisies hadden onze evolutionaire voorlopers? Hádden oermensen zoals de Australopitheci wel zoiets als visies op de wereld en het leven? Het is natuurlijk moeilijk om daar met zekerheid achter te komen. Toch is er een aantal speculatieve conclusies mogelijk.
Om een visie te ontwikkelen op de mens, het leven, de natuur of de wereld is taal nodig, en dus ook spraakvermogen. Daarom nemen we aan dat de allereerste natuurvisies in de loop van de menselijke evolutie gelijktijdig zijn ontstaan met het spraak- en taalvermogen. Wanneer dat precies is gebeurd, en bij welke oermensen, is onbekend.
De meeste onderzoekers zijn van mening dat in ieder geval de moderne mens - onze soort, Homo sapiens - al vanaf het begin van zijn ontstaan circa 200.000 jaar geleden het nodige spraak- en taalvermogen had om een gedachtengang op te kunnen bouwen en te vervolgen, om abstracte begrippen te formuleren en om filosofische vragen te stellen over de wereld en het leven.
Die opvatting is gebaseerd op een aantal archeologische en paleoantropologische overwegingen:
Het dualisme tussen technisch-natuurwetenschappelijke en mythologisch-sjamanistische visies en denkwerelden vormt ook vandaag de dag een belangrijk spanningsveld in de samenleving.
terug naar tijdbalk biotechnologie