De Franse zoöloog Georges Cuvier (1769-1832) toonde overtuigend aan dat fossielen resten zijn van organismen die vroeger hebben geleefd. Hij is de grondlegger van de moderne paleontologie, de wetenschap die de evolutie van het leven onderzoekt. Zelf wees Cuvier iedere gedachte aan evolutie beslist van de hand.
Cuvier bewees dat er in het verleden tal van diergroepen hebben bestaan die nu zijn verdwenen. Op basis van fossielen reconstrueerde hij de vorm van uitgestorven dieren. Cuvier was een meesterlijke anatoom. Volgens de overlevering was hij in staat om aan de hand van één enkel bot een compleet dierskelet te reconstrueren.
Catastrofentheorie
Als aanhanger van de catastrofentheorie geloofde Cuvier dat de uitgestorven diergroepen door geologische rampen ten onder waren gegaan. Door overstromingen bijvoorbeeld, en door aardbevingen. Bovendien was hij er van overtuigd dat op elke catastrofe een nieuwe schepping volgde. Deze theorie verklaarde de variatie van fossielen tussen de opeenvolgende aardlagen. Cuvier geloofde niet in de evolutie of de veranderlijkheid van soorten.
Zijn catastrofistische natuurvisie staat in schril contrast tot de transformistische visies van Buffon, Lamarck en Erasmus Darwin, en werd door de Britse geoloog Lyell op overtuigende wijze tegengesproken.
terug naar de tijdbalk biotechnologie