Wetenschappelijke naam
Sus scrofa
Voorkomen in Nederland
Het wilde zwijn kwam al zo'n 400.000 jaar geleden in Nederland voor. Hij leefde hier vanaf het late Midden-Pleistoceen, tijdens de warmere perioden (interglacialen) van de ijstijden.
Het tamme varken is een gedomesticeerd wild zwijn. De eerste domesticatie vond zo'n zesduizend jaar geleden plaats.
Tegenwoordig wordt in Nederland vooral een groot aantal varkens gehouden, maar op de Veluwe en in het natuurgebied de Meinweg in Limburg leven nog wilde zwijnen.
Vondsten
Fossiele vondsten van zwijnen zijn zeldzaam. In de beboste omgeving waar de dieren leefden was fossilisatie nauwelijks mogelijk. Bovendien is het moeilijk om vondsten te dateren, omdat Pleistocene en recente resten naast elkaar worden gevonden.
Van alles wat
Aan het gebit is duidelijk te zien dat varkens echte alleseters zijn. De knobbelkiezen pletten het voedsel, dat onder andere bestaat uit eikels, beukenoten, gras, knollen, paddestoelen, bosvruchten, larven en aas. Het mannetje heeft grote hoektanden die zijn hele leven doorgroeien. Ze worden gebruikt om de grond om te wroeten, zodat hij gemakkelijker bij het voedsel kan komen.
De tandformule van het varken en het wild zwijn is:
3.1.4.3
3.1.4.3