Fossillagerstätte
Paleontologen gebruiken de Duitse term Fossillagerstätte om bijzondere fossielvindplaatsen aan te duiden, die van 'gewone' vindplaatsen verschillen door de aanwezigheid van een grote diversiteit aan organismen of omdat hun overblijfselen uitzonderlijk goed zijn bewaard.
Er kunnen twee typen worden onderscheiden:
- Bij een Konzentratlagerstätte is er sprake van één fossielrijke laag waarin een significant deel van een ecosysteem bewaard is gebleven. De grote diversiteit aan soorten stelt paleontologen in staat om zich een beeld te vormen van de vroegere leefgemeenschap. De Burgess Shale in Canada is hier een voorbeeld van. De kleischalie van de Burgess Shale omvat een complete leefgemeenschap van meer dan 140 soorten uit het Precambrium (meer dan 500 miljoen jaar geleden).
- Paleontologen spreken van een Konzervatlagerstätte als er nog fossiele weefsels herkenbaar zijn of in ieder geval afdrukken daarvan. In het Eoceen, ongeveer 45 miljoen jaar geleden, bevond zich bij Messel in de buurt van het Duitse Darmstadt een meer, omringd door een subtropisch regenwoud. In het zuurstofarme water werden dikke kleilagen afgezet. Dieren die in of vlakbij het meer stierven, zonken naar de bodem, waar ze zeer snel bedekt raakten met slib. Niet alleen skeletten bleven bewaard, maar soms ook de maaginhoud en afdrukken van de huid. Dergelijke anatomische details stellen paleontologen in staat om zich een goed beeld te vormen van de bouw en het uiterlijk van het organisme.
In de praktijk is de onderverdeling in Konzentratlagerstätte en Konzervatlagerstätte echter niet zo strikt. Waar veel organismen bij elkaar gevonden worden zijn de omstandheden namelijk vaak ook geschikt voor de conservering van zachte weefsels, en omgekeerd. Zo vinden we bijvoorbeeld in de kleischalie van Messel niet alleen vleermuizen met goed bewaarde maaginhoud en vlieghuid, maar ook andere diersoorten die in het regenwoud hebben geleefd zoals oerpaardjes, tapirs en zelfs vogels, nog met de veren aan hun lijf.
Ideale omstandigheden voor fossilisatie zijn zeldzaam en dus komen Fossillagerstätten niet al te veel voor. Op eilanden is tot dusver zelfs nog geen enkele Fossillagerstätte aangetroffen, maar het vermoeden bestaat dat het moeras Mare aux Songes op Mauritius er wel een is. Zo is met boringen en graafacties aangetoond dat zich op een meter onder het maaiveld een ongestoorde bottenlaag bevindt met goed geconserveerde botten van een grote diversiteit aan vogels, reptielen en zoogdieren. Ook zachte delen van planten zoals bladeren, takjes en zaden zijn aangetroffen. Dodo-vindplaats Mare aux Songes zou dus zowel een Konzentratlagerstätte als een Konzervatlagerstätte kunnen zijn. Een ideale uitgangspositie om het verdwenen ecosysteem van Mauritius te kunnen reconstrueren maar bijvoorbeeld ook om te zien in hoeverre fossiele planten verschillen van soortgenoten die nog steeds op het eiland voorkomen.