1601 Prent uit het Tweede Boeck
Deze afbeelding uit het Tweede Boeck is de vroegst bekende afbeelding van de dodo. Het Tweede Boeck is het uitgebreide reisverslag van de reis naar Oost-Indië die Van Neck en Van Warwijck in 1598 maakte. Het uitgebreide reisverslag werd in 1601uitgegeven en bevatte een prent waarop de Nederlandse scheepslui op Mauritius te zien zijn. Reisverslagen waren in de zeventiende eeuw ongekend populair en de prent uit het Tweede Boeck is dan ook vaak gekopieerd. Hierdoor is de prent in verschillende oude boeken terug te vinden.
Links op de achtergrond is een dodo te zien. Opvallend zijn de korte vleugels en de lange nek en poten. Deze afbeelding geeft dus een beeld van een slanke dodo die hoog op zijn poten staat. Op de betrouwbaarheid van de afbeelding is echter veel af te dingen. De tekenaar had waarschijnlijk weinig ervaring. Er zijn veel onjuistheden te zien, zoals een vleermuis die aan een boom hangt met zijn kop omhoog in plaats van omlaag. Ook de schildpadden zijn niet natuurgetrouw getekend.
Prent uit het Tweede Boeck, 1601, exemplaar Maritiem Museum Rotterdam
1601 Detail uit het Tweede Boeck
Op de prent zijn veel zaken genummerd en voorzien van een toelichting. Bij de dodo staat: Dezen voghel die is soo groot als een swaen, gaven hem den naem Walchvoghel want doen wy de leckere Duifkens ende ander clein ghevoghelte ghenoech vinghen toen taelden wy niet meer naar desen voghel.
Detail van prent uit het Tweede Boeck, 1601, exemplaar Maritiem Museum Rotterdam
1601-1603 Tekeningen uit het scheepsjournaal van het VOC-schip De Gelderland
Deze tekeningen van dodo's staan in het reisverslag van De Gelderland uit 1601. De dodo's zijn in verschillende aanzichten getekend. De tekeningen zijn wat onbeholpen. Vooral de stevigheid van de poten valt op, en de overdreven puntige snavel. Verder staan deze dodo's hoog op de poten en zijn ze vrij slank.
De tekst op de rechterpagina luidt: Deese vogels vanckt men op het eijlandt Mauritius in grote menichten, want sij en connen [niet] vlien ende is goet eeten ende verversing. Hebben dickmaels steenen inde maech ende als eijren, somtijts grooter ende cleijnder. Sijnde genaempt griffeendt ofte cermesgaensen.
Vier dodo's, reisverslag De Gelderland, Nationaal Archief (NA), Den Haag, archieven van de Compagnieën op Oost-Indië, 1594-1603, nummer toegang 1.04.01, inventarisnummer 135-136
1601-1603 detail tekeningen uit scheepsjournaal van het VOC-schip De Gelderland
Op dit detail van de tekening van de dodo rechtsonder zijn de veel te dikke poten te zien en de slordig getekende klauwen.
Detail van tekening dodo, reisverslag De Gelderland, Nationaal Archief Den Haag
1601-1603 Dodo's uit het reisverslag van het VOC-schip De Gelderland
Op deze foto is duidelijk te zien dat hier twee dodo's getekend zijn. De een is op de rug te zien en is geschetst met potlood. De losse kop is uitgewerkt in inkt. Waarschijnlijk had de tekenaar een dode dodo voor zich liggen toen hij dit tekende. Dit blijkt uit het aanzicht van de dodo en uit het feit dat de ogen van de dodo dicht zijn. De tekenaar van deze twee dodo's is duidelijk geoefend. Met enkele lijnen weet hij een zeer realistische tekening te maken van het dier. Waarschijnlijk gaat het hier dan ook om een andere tekenaar dan die van de vier dodo's.
Dodo en kop van een dodo, 1601-1603, potlood en inkt, in reisverslag van De Gelderland, Nationaal Archief Den Haag
1601 1603 Kop van een dodo uit het reisverslag van het VOC-schip De Gelderland
De tekenaar van de kop van de dodo heeft zijn onderwerp goed bestudeerd. De details van de snavel en de grens waar de veren beginnen komen precies overeen met die van een bewaarde kop in het University Museum in Oxford.
Kop van een dodo, 1601-1603, potlood en inkt, in reisverslag van De Gelderland, Nationaal Archief Den Haag
1605 Clusius
Deze uitbeelding van een dodo komt uit Clusius boek Exoticorum libri decem uit 1605. Carolus Clusius was een Vlaamse geleerde, arts en botanicus. Zelf is hij nooit buiten Europa geweest. Volgens Clusius is de tekening gekopieerd van een schets uit een scheepsjournaal. Zijn beschrijvingen en tekeningen van exotische dieren en planten baseerde hij op teksten en beschrijvingen van de grote groep mensen waar hij mee correspondeerde. Hij schreef tijdens zijn leven met zo'n driehonderd personen. Verder is bekend dat onder andere Van Neck, de leider van de tweede Nederlandse expeditie naar Oost-Indië, voor Clusius exotische producten zoals noten en peper meenam van zijn reizen. Ook VOC-admiraal Van Warwijck wordt in Clusius boek genoemd als leverancier van producten. Het zou heel goed kunnen dat hij Clusius heeft verteld over de dodo.
Houtgravure, 1605, in Exoticorum Libri decem van Carolus Clusius
1600-1610 Praagse Dodo
Er is onenigheid over de vraag aan welke kunstenaar deze dodo van Praag toegeschreven moet worden. De laatste toeschrijving is aan Dirk de Quade van Ravesteyn. Daarvoor werd vooral Jacob Hoefnagel als maker genoemd. In Praag wordt ook Daniël Fröschl genoemd, de archivaris die de inventaris van Rudolf II opmaakte. De tekening maakte namelijk deel uit van de collectie van keizer Rudolf II. Soms wordt er van uitgegaan dat deze tekening is gemaakt met een levende dodo als model. Anderen trekken dit in twijfel. Details van de tekening zouden wijzen op een opgezet exemplaar. De vleugel zit erg ver naar achteren en de kop is wat ingevallen en uitgedroogd. Dit wijst er op dat het beest slecht is opgezet. Ook lijkt het erop dat de dodo veren verloren heeft. Verder klopt de snavel niet: de ondersnavel is te kort en de kleur is niet goed.
Dodo van Praag, toegeschreven aan Dirk de Quade van Ravesteyn, ca. 1600 1610, Universiteitsbibliotheek Wenen
Ca. 1604-1612 Roelant Savery
Waarschijnlijk maakte Roelant Savery deze tekening met drie dodos in zijn Praagse periode. Als dit klopt is deze tekening zon vijftien jaar eerder gemaakt dan de rest van zijn werken met dodos erop. Het zou kunnen dat Savery aan het hof van Rudolf II een opgezette dodo heeft gezien en als voorbeeld gebruikte voor deze tekening. Zijn latere dodo's gaan vrijwel allemaal terug op deze tekening.
Dodo van Surat, toegeschreven aan Ustad Mansur, miniatuur, ca. 1625, Instituut voor Oosterse studies, Sint Petersburg
1626 Adriaen van de Venne
Vertaald staat boven de afbeelding "Dit is een getrouwe weergave van een walgvogel (die vanwege zijn dikke achterste door zeelieden Dodaers wordt genoemd) die vanaf het eiland Mauritius levend naar Amsterdam is gebracht in het jaar 1626. " Door dit bijschrift wordt er soms vanuit gegaan dat Adriaen van de Venne de dodo in levenden lijve heeft gezien. Maar dit hoeft helemaal niet. Waarschijnlijk heeft hij dit er bij geschreven om zijn tekening meer gezag te geven. De tekening lijkt heel erg op dodo's van Savery en Hondecoeter.
Pentekening, Adriaen van de Venne, ca. 1626, opgenomen in exemplaar Exoticorum libri decem van Carolus Clusius, Bibliotheek Universiteit Utrecht
1626 Gysbert Gillesz. De Hondecoeter
Gysbert Hondecoeter heeft veel geschilderd in de stijl van Roelant Savery. Het is dus aannemelijk dat hij ook voor zijn afbeelding van een dodo gebruik heeft gemaakt van schilderingen van Savery. De dodo van Hondecoeter is een duidelijk voorbeeld van een dikke dodo.
Dodo tussen andere dieren, Gysbert Gillesz. de Hondecoeter, 1626
1626 Roelant Savery, Edwards dodo
Een van de bekendste schilderijen met de dodo als onderwerp is de zogenaamde Edwards dodo van Roelant Savery uit 1626. Dit schilderij was ooit eigendom van de schrijver en schilder George Edwards. Te zien is een grote dodo met enorme vetrollen. Veel latere tekeningen en schilderijen n zijn op dit werk gebaseerd. Ook Edwards zelf tekende deze dodo na.
Edwards dodo, Roelant Savery, 1626, The Natural History Museum Londen
1626 Roelant Savery, paradijs
De dodo's van Savery hebben vaak gele vleugels. Wel valt op dat de rest van het lijf nogal eens van kleur verandert. Misschien had dit te maken met de kleuren die hij in de rest van het schilderij gebruikte. Savery is duidelijk een kunstenaar, geen natuurhistoricus. De poten en de kop zijn lijken wel redelijk goed weergegeven te zijn.