| Verdiepend onderzoek
1. Inlezen:
2. Determineren:
3. Gegevens ordenen:
- Beschrijf de kenmerken van het bot: noteer zoveel mogelijk gegevens, met name de kenmerken die je voor de determinatie hebt gebruikt.
- Print de polleninvultabel, tel in het pollenpreparaat hoeveel stuifmeelkorrels er van elke plantensoort in het monster zitten en vul de tabel verder in.
- Print de invulversie van het Tegelse pollendiagram uit en zet je eigen pollenpercentages (warmte-vocht minnende soorten, warmte-droogte minnende soorten, soorten zonder voorkeur) in het vak onder het diagram.
4. Gegevens onderzoeken:
- Bepaal aan de hand van de kenmerken van het bot en de beschikbare bronnen voor welk bodemtype de poten van de betreffende paardachtige het meest geschikt zijn.
- Vergelijk de percentages in je eigen pollenanalyse met die van het pollendiagram erboven. Op welke diepte hebben de botten waarschijnlijk gelegen? Is de laag ouder dan van de reeds gevonden botten van het Grote paard? (Zie markering in het diagram).
- Vergelijk het beeld dat je uit je diagram krijgt met de informatie uit het artikel klimaat Tiglien en de informatie uit het pollendiagram van Tegelen. In wat voor landschap leefde de paardachtige?
5. Gegevens beoordelen:
- Beargumenteer aan de hand van je verzamelde gegevens (determinatie, klimaat en landschap, diepte waarop de fossielen zijn gevonden) of het wel of niet om een fossiel van het Groot Tegels paard gaat.
- Geef ook kort weer in hoeverre je onderzoeksgegevens betrouwbaar zijn (discussie).
-
Overleg met je docent welke eisen er gesteld worden aan de verslaglegging.
|
|