|
|
|
|
|
|
|
Gedurende het Pleistoceen (2,5 miljoen jaar tot 10.000 jaar geleden) leefde op eilanden Mallorca en Menorca en soort dwerggeit: de Balearengeit (Myotragus balearicus). Naturalis bezit van dit dier een aantal schedels en botten, die gevonden zijn in een grot op Mallorca. Omdat er nooit sediment op de fossielen terecht is gekomen, zijn ze erg goed bewaard gebleven.
De poten van de Balearengeit laten zien dat het dier goed was aangepast aan het leven op de rotsen. Ze zijn kort en stevig, waarbij vergroeiingen van botten voor extra stabiliteit zorgen. De schedel van de Balearengeit wijkt, net als de pootbeenderen, af van de schedels van geitachtigen van het vasteland. De vraag is welk voordeel deze aanpassingen hebben gehad voor deze dwerggeit.
In het verdiepende onderzoek ga je een fossiele schedel en onderkaak van de Balearengeit uit de collectie van Naturalis vergelijken met een schedel en onderkaak van een verwante vasteland-soort. Als vergelijkingsmateriaal is in dit geval gekozen voor de schedel van een moeflon, een moderne soort die qua bouw erg lijkt op de geitachtige die tijdens het pleistoceen op het vasteland voorkwam . De moeflon is bovendien een van de nauwste verwanten van de Balearengeit.
Met deze onderzoeksgegevens en met de kennis die je reeds verzameld hebt over de bouw van de pootbeenderen ga je een beeld te schetsen van de leefomstandigheden van de Balearengeit. Uiteindelijk probeert je hiermee te verklaren welke factoren ervoor hebben gezorgd dat het uiterlijk van de Balearengeit zo afwijkt van dat van geitachtigen van het vasteland.