Door Alice van Duijn, mei 2009
'Enkele dagen voor Kerstmis 2008 waren mijn vrouw en ik met onze dochter, die al enkele jaren in Nairobi woont, op safari in Tsavo-West, één van de grote wildparken in Kenia. We hadden twee lodges gehuurd op een fraaie plek (Ngulia Bandas) met uitzicht over de vlakte en een klein meer waar elke dag tientallen olifanten kwamen drinken en baden. Andrew, de vriend van onze dochter, die in Kenia geboren en getogen is, reed ons met zijn jeep van zonsopgang tot ver na zonsondergang over de zandpaden tussen de buffels, impala's, gazelles, wrattenzwijnen, en naar een luipaard (!) die we meer dan twintig minuten konden observeren omdat hij gespitst was op de vangst van een dikdik.
Op weg naar de Finch Hattons lodges voor een lunch passeerden we een heuveltje met de naam Poachers Lookout waar mijn vrouw, als eerste, zag dat het groepje zebra's een exemplaar had dat afwijkend was: geen strepen op de rug maar vlekken! Ook opvallend leek het gedrag van de gewone zebra's op hun gevlekte soortgenoot, een beetje zoals Amerikanen met Obama omgaan: iedereen wil hem aanraken. In dit geval dus: elke zebra in het groepje raakte de gevlekte even aan. Het leek hem wel te bevallen.
We hebben zo'n gevlekte zebra nooit eerder gezien. Weet Naturalis of een dergelijke variant vaker is gerapporteerd?'
De biologen van Naturalis hebben zo'n exemplaar nooit zelf gespot, maar zijn wel bekend met dit fenomeen. Op de foto is een steppezebra (Equus quagga) te zien, waarbij het streeppatroon door een spontane genetische mutatie is ontregeld. Het patroon van de staartwortel heeft zich op de rug voortgezet, met als resultaat een deels gevlekt exemplaar.
Het streeppatroon van de zebra verschilt van dier tot dier, vooral op de punten waar de horizontale strepen van de poten en de staart samenkomen met de verticale patronen van de flanken. Daardoor zijn individuen goed van elkaar te onderscheiden.
Er zijn ook zebra's bekend met een sterk afwijkend patroon, van bijna witte tot bijna zwarte vormen, en van negatieve zebra's (waarbij de oorspronkelijk witte vlakken zwart zijn en omgekeerd) tot dieren waarbij de strepen in series vlekken opgelost lijken, zoals bij het gefotografeerde dier.
Veel gezoek in soms oude literatuur heeft enkele plaatjes opgeleverd van zebra's met een vergelijkbare vlekstreeptekening op de rug. Daar zitten dierentuinfoto's bij van exemplaren die in het verleden in Hagenbecks Tierpark in Hamburg en Tiergarten Nürnberg werden gehouden. Het blijkt dat zulke dieren zelfs een andere soortsnaam kregen: in 1878 heeft de Russische zoöloog Tichomirov deze vorm Markhams zebra (Equus markhami) genoemd. Feitelijk gaat het natuurlijk niet om een aparte soort, maar om een kleurvariëteit van de steppezebra. De naam Equus markhami is dus een synoniem van Equus quagga.
Drie soorten zebra's
Drie soorten zebra's bewonen Afrika, van het uiterste zuiden tot het noordoosten. Het verspreidingsgebied reikt echter niet tot West-Afrika, maar wordt begrensd door het Congo-regenwoud in Midden-Afrika. In het zuiden en zuidwesten komt in een beperkt gebied de kleine bergzebra (Equus zebra) voor. In het noordoosten (Noord-Kenia en Ethiopië tot in Somalië toe) leeft de grote Grévyzebra (Equus grevyi). In het gehele gebied ertussen komt de steppezebra (Equus quagga) voor, die in het noordoosten ten dele samen voorkomt met de Grévyzebra.
Variatie tussen populaties
De steppezebra bewoont dus een enorm gebied dat zich uitstrekt over een aantal vegetatie- en klimaatzones. Dit maakt dat binnen de soort populaties bestaan die in kleur en streeptekening variëren. Tussen de gewone strepen, die al in breedte kunnen verschillen, kunnen zogeheten schaduwstrepen optreden. De streping op de poten en het achterlijf kan gereduceerd zijn, soms zelfs zo sterk dat bijna een 'halve zebra' ontstaat. Zo was de quagga (Equus quagga quagga) alleen op de kop en het voorste deel van de romp gestreept. Dit dier leefde in Zuid-Afrika, maar werd in de loop van de negentiende eeuw door blanke kolonisten uitgeroeid.
Naast de quagga zijn nog een aantal andere ondersoorten benoemd, zoals de Chapmanzebra, de Boehmzebra en de Burchellzebra. Ze zijn genoemd naar de ontdekkingsreizigers die de huiden voor het eerst naar Europa brachten.
Individuele verschillen
Steppezebra's leven in kleine familiegroepen, meestal een hengst met een beperkt aantal merries en hun veulens. De verwantschap is vaak af te lezen aan het streeppatroon. Zoals eerder in dit artikel is aangegeven, is het streeppatroon weliswaar per individu verschillend als een vingerafdruk, maar bijvoorbeeld moeders en veulens vertonen heel vaak gelijkenis in details.
De foto van de heer Sjoerds bewijst dat er nog steeds mutanten geboren kunnen worden met een opvallend vlekstreeppatroon. De meeste mutaties zijn recessief, zodat deze lang verborgen kunnen blijven. Maar wanneer twee dragers onderling jongen krijgen, dan kan het plotseling weer zichtbaar worden.
Zal deze mutatie aan een volgende generatie worden doorgegeven? Is het een handicap, waardoor de drager al gauw ten prooi valt aan een leeuw? Het zou leuk zijn eens terug te keren naar Poachers Lookout waar deze zebra is gefotografeerd. Zou die er nog zijn? Zouden er nazaten zijn met een zelfde patroon?
Bronnen:
CABRERA, 1936. Journal of mammalogy. Vol. 17.
ANTONIUS, 1951. Die Tigerpferde/Die Zebras. Frankfurt M. (herhaalt figuren Cabrera).
GROVES, 1974. Horses, asses and zebras in the wild. Newton Abbott/London.
MacCLINTOCK, 1976. A natural history of zebras. New York.
Met dank aan:
A.C. van Bruggen
H. van Grouw, Naturalis
C. Smeenk, Naturalis