Hans Adema en Alice van Duijn, mei 2010
Viert u binnenkort vakantie aan de Middellandse Zee? Dan kunt u deze opvallend gele bloempjes (foto) tegenkomen. Ze zijn begin april gefotografeerd door mevrouw Tibboel op het Griekse eiland Rhodos. Het lukte haar echter niet om de naam van de plant te achterhalen. Wist Naturalis die misschien?
Wortelparasiet
De bloempjes zijn van de parasitaire bloemplant Cytinus hypocistis. Deze soort heeft geen bladgroen (chlorofyl), maar haalt zijn voedsel uit de wortels van zonneroosjes (Cistus), een grote groep van Mediterrane planten. Het enige zichtbare van deze parasiet zijn de felgekleurde gele bloemetjes, die vanaf april tot in juni te zien zijn. Vaak zitten ze verstopt onder de beschermende takken van de gastplant. Het parasitaire weefsel in de wortels is alleen door kenners te onderscheiden.
Cytinus hypocistis is inheems in het Middellandse Zeegebied. De soort komt voor in struwelen en bossen tot op een hoogte van achthonderd meter. De bloemen groeien in groepjes bijeen, met in het centrum de mannelijke bloemen en meer aan de buitenzijde de vrouwelijke exemplaren. Ze worden bestoven door hommels.
Kleurvarianten
Binnen Cytinus hypocistis zijn verschillende kleurvarianten (ondersoorten) te onderscheiden. Op Rhodos komen twee varianten voor: één met gele bloemen en oranjerode schutbladen (Cytinus hypocistis hypocistis), en één met crèmewitte bloemen en bloedrode schutbladen (Cytinus hypocistis clusii). De eerstgenoemde lijkt een voorkeur te hebben voor zonneroosjes met witte bloemen, de andere parasiteert juist op zonneroosjes met paarse bloemen.
|
|
Zonneroosje met witte bloemen.
|
Zonneroosje met paarse bloemen.
|
|
|
Cytinus hypocistis subsp. hypocistis.
|
Cytinus hypocistis subsp.clusii.
|
Vroeger werd de soort ingedeeld bij de Rafflesiaceae, een grote familie van tropische parasieten waartoe ook de grootste bloem ter wereld (Rafflesia) behoort. Tegenwoordig rekent men ze tot een aparte familie: Cytinaceae.