Alice van Duijn, juli 2010
Vrijwel iedere zomer komen bij Naturalis vragen binnen over grote sliertige kwallen op het strand (zie foto). Ook dit jaar zijn ze vanaf eind juni weer veel gesignaleerd. Toch hebben de meeste strandrecreanten er maar weinig oog voor. Dat is jammer, want het loont de moeite om deze interessante verschijning eens van dichtbij te bekijken.
Anders dan het geleiachtige uiterlijk doet vermoeden, is het geen kwal maar een eiertros van de gewone pijlinktvis (Loligo vulgaris). Zo'n tros bestaat uit legsels van meerdere vrouwtjes, die hun eitjes in gelatineuze strengen afzetten. Eén streng bevat gemiddeld ruim honderd eitjes. Soms worden er eiertrossen van honderden strengen gevormd, waardoor het gewicht kan oplopen tot enkele kilo's.
Wanneer je een eierstreng van dichtbij bekijkt, dan kun je vaak zelfs de jonge inktvisjes zien zitten.
De gewone pijlinktvis trekt in het voorjaar vaak in grote aantallen de Noordzee binnen via Het Kanaal. Vanaf juni zoeken ze het ondiepe kustwater op om te paren en eieren te leggen.
Een aflandige wind vergroot de kans op het aanspoelen van eiertrossen. De eieren hebben een iets grotere massa dan zeewater, waardoor ze naar de bodem zakken. Bij een aflandige wind ontstaat een onderstroom die de eiertrossen meevoert tot op het strand. Slechts zelden komen zo ook de sterk gelijkende eiersnoeren van de Noordse pijlinktvis (Loligo forbesi) op onze kust terecht, waarvan de strengen echter over het algemeen iets korter zijn.
Na het paaien zoeken de pijlinktvissen het diepere water weer op waar het merendeel sterft. In de loop van augustus zijn ze verdwenen en worden er ook geen legsels meer gevonden.
De gewone pijlinktvis heeft acht tentakels en twee lange intrekbare vangarmen. Pijlinktvissen jagen op zicht en hebben dan ook grote, hoogontwikkelde ogen. De twee zijwaarts gerichte vinnen geven het achterlijf (de mantel) een pijlvormig uiterlijk. De maximale mantellengte is bij mannetjes 35 centimeter en bij vrouwtjes 27 centimeter.
De inwendige schelp (rugschild) van de gewone pijlinktvis heeft de vorm van een veer. De rugschilden worden veel minder op het strand gevonden dan de eiertrossen, omdat de pijlinktvissen na het afzetten van de eieren naar dieper water trekken en daar sterven. Bovendien zijn de schilden fragiel. De exemplaren die toch op het strand belanden, worden vanwege hun geelbruine kleur en transparantie mogelijk ook wel eens over het hoofd gezien.
Bronnen / links:
De inktvissen (Cephalopoda) van de Nederlandse kust / Lacourt & Huwae. KNNV 1981.
Website Eerste Hulp bij Zeezoogdieren Noordwijk